De Korstmossen zijn geen eigenlijke woekerplanten, daar zij zich uit den dampkring voeden. Zij ontwikkelen zich niet in de hoogste mate, zonder dat de boom daartoe door verzwakking oorzaak geeft; want zij vestigen zich bij voorkeur daar, waar het leven langzaam wegkwijnt of geheel vernietigd is. De Schildmossen, die de gezonde, krachtige boomen gedeeltelijk bedekken, schaden hun niet noemenswaardig en geven aan ons oog een vrolijke afwisseling van tinten op de anders zoo sombere stammen, vooral wanneer het zonlicht in het najaar meer regtstreeks op die stammen valt. Dan is het als zijn de boomen aan den boschrand verzilverd en verguld door
het zacht parelkleurige en goudgele Schildmos (Parmelia conspersa en parietina). Het laatste, waarop men zoo duidelijk de donker-oranje gekleurde vruchtjes (apothecia) waarneemt, is een onzer algemeenste korstmossenen bedekt ook onze daken en muren vaak met een goudgelen gloed. Fig. 2 vertoont bij 1b het vruchtje vergroot, bij 1 c hetzelfde in doorsnede; met de buisjes x, waarin de kiemkorrels ontstaan.
Een overgang tot de gedaante der Zwammen vormen die kleine graauwe trompetvormige, dikwijls vertakte zuiltjes der Cladonia pyxidata, die in den winter en het voorjaar als tallooze orgelpijpjes op
| Op deze plek in de tekst zou een afbeelding moeten verschijnen. |
Fig. 2. Parmelia parietina.
| Op deze plek in de tekst zou een afbeelding moeten verschijnen. |
Fig. 3. Cladonia pyxidata. Fig. 4. Cladonia rangiferina.