Naar inhoud springen

Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/104

Uit Wikisource
Er is een probleem opgetreden bij het proeflezen van deze pagina
73
DE KRYPTOGAMEN.

is weggelegd, dat wij, wel beschouwd, nimmer het verledene behoeven te betreuren.

 

Wat de dampkring is voor de Korstmossen, dat is het water, vooral het zeewater, voor de Wieren, wier gedaante en leven, even als bij eerstgenoemden, geheel aan hunne omgeving beantwoordt. Het is alsof dezelfde kiemen, die zich op het drooge tot korstmos ontwikkelen, onder water den wiervorm aannemen. Op den bodem der zee of aan de wanden der klippen gevestigd, of ook wel los in het water drijvende, strekken zij hunne verbazend lange bandvormige lederachtige takken uit en vormen mijlen uitgestrekte wierbanken, gelijk in de Sargasso-zee tusschen Europa en Amerika, die de schepen dikwijls in hunne vaart belemmeren, of vestigen zich, als eene mikroskopisch kleine franje op de in zee verrottende voorwerpen. Hunne kleur is in sommige geslachten vaal groen of bruin, in andere, gelijk de Floridieae (Purperwieren), in rozenroode en purperen tinten geschakeerd. De vormen wijken dikwijls geheel af van die der landplanten en behagen, vooral bij de genoemde afdeeling, door hunne eigenaardige teekening. De schoonste dezer afdeeling zijn de Phyllophora membranifolia en de Ptilota sericea (Vederwier), beide aan

Op deze plek in de tekst zou een afbeelding moeten verschijnen.
Fig. 7. Fucus vésiculosus.

de kusten van Europa voorkomende, en wier bevallig en getakt loof, bij de eerste zacht violet, bij de laatste donker rozenrood gekleurd is, en de zeer algemeene Porphyra vulgaris, die een breed donkerviolet lint vormt. Aan onze kusten vertoonen zich het talrijkst de soorten van zee-eik (Fucus vesiculosus en F. serratus), waarvan de afgebrokene stukken overal op het strand aanspoelen en wier hard, lederachtig, met luchtblazen voorzien, donkerbruin loof wel te onderscheiden is van het niet minder algemeene, lange, dunne en teedere zeegras (Zostera marina), hetwelk niet tot de Kryptogamen behoort.

De Wieren planten zich voort door knoppen of door kiemcellen (sporae), die zich op het loof of