Naar inhoud springen

Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/114

Uit Wikisource
Er is een probleem opgetreden bij het proeflezen van deze pagina
83
DE KRYPTOGAMEN.

van deze groep is, door het vergrootglas beschouwd, het dennevormig Dekmos (Hypnum abietinum), welks blaadjes in twee rijen als glanzende schubjes over elkander liggen, verder het kruikdragend Dekmos (H. rutabulum), waarvan de vrij groote donkerroode vruchtjes bevallig afsteken tegen het zijdeachtige heldergroene loof, en het Hypnum Stokesii, welks sierlijke vormen en fijne takjes de schoonste voorbeelden voor porcelein-schilderwerk zouden kunnen leveren.


Op deze plek in de tekst zou een afbeelding moeten verschijnen.

Fig. 15. Jungermannia asplenoides De Levermossen vormen eene groep, die van de eigenlijke Bladmossen verschilt door het ontbreken van een dekseltje op de zaaddoos, die zich meestal met kleppen opent, en door kleiner, smaller, meer opeengedrukt loof. Zij zijn wel niet zoo in het oog loopend, doch niet minder sierlijk van bouw als de Bladmossen en behooren tot de eerste Kryptogamen, die zich, met het Korstmos op dikwijls nog krachtige boomstammen vertoonen. De Jungermannia tamarisci (een der algemeenste Levermossen) vormt met haar opeengedrongen loof op de boomen die breede donkerbruine plekken, die zoo kenmerkend afsteken bij het goudgele en parelkleurige Schildmos.

Sommige Mossoorten ontwikkelen zich bij voorkeur op steenachtigen bodem. Onder deze behooren die, welke op de zoogenaamde erratische blokken in Noord-Europa worden gevonden en waarschijnlijk met deze blokken in de periode, welke ons tegenwoordig geologisch tijdperk onmiddellijk voorafging, door den verbazenden ijsvloed van de Noordpool zuidwaarts zijn gevoerd. Bij deze soorten toch zijn er, die tot de Scandinavische Flora behooren en in de streek, waar de blokken zijn nedergezet, nergens anders gevonden worden en dus een bewijs voor den oorsprong dier blokken leveren.

De Splachnum-soorten groeïjen liefst op veenachtigen grond, waar koemest gevallen is, de Funaria hygrometrica of Draaisteel, dus genoemd naar de eigenschap van den steel om zich bij bevochtiging spiraalvormig uit te zetten, komt veel voor op plaatsen, waar hout of andere stoffen verbrand zijn; de Grimmia pulvinata, een zacht, wit behaard, zodevormend mos, groeit op de vochtige houten schuttingen, de Barbula muralis met hare tallooze cylindervormige vruchtjes op de