toppen van muren, en de Orthotrichums, wier zaaddoosjes zich tusschen het donkergroene loof verbergen, ziet men in de schors-spleten van oude boomen.
De gevinde, fijn verdeelde bladvorm der Dekmossen gaat in het Laddermos (Climacium dendroïdes) in een stam- en kroonvorm over—als 't ware tot een miniatuurboompje—en nadert tot den vorm der Wolfsklaauw-mossen (lycopodiaceae), die echter op hooger trap van ontwikkeling staan, zoowel door eene meer zamengestelde vrucht, als door het bezit van wezenlijke wortels. De Bladmossen hebben geene eigenlijke wortels. Het nieuwe geslacht rijst bij hen op uit de rottende overblijfselen van het vorige, evenals de natiën, die teren op de overleveringen van het voorgeslacht. Door deze groeiwijze geven de Mossen mede het aanzijn aan de uitgebreide plantaardige massa's, die wij veenen noemen. Het Turfmos, dat in het water groeit, heeft vruchtjes met een eenvoudig rond deksel, zonder tandjes. Zijne voorliefde tot het water, zijn forsche bouw en de meer regelmatige stand zijner blaadjes herinneren ons aan eene andere Kryptogame plant, de Paardestaart (Equisetum), waarvan sommige soorten door hun kiezelgehalte tot polijsten gebezigd worden en als schaafstroo bekend zijn en waartoe ook het lastige onkruid Hermoes of Kattestaart behoort. Bij onze heidensche voorvaderen had dit gewas eene geheimzinnige beteekenis en nog in de middeneeuwen werd het aan den invloed des duivels toegeschreven, vanwaar ook de namen Eunjer, Unjer en Eunjer-eijeren afkomstig zijn.
Het hoogere moeras-pijpkruid (Equisetum limosum) verheft zich als kleine boschjes boven het stilstaande met eendenkroos bedekte water onzer riviertjes en slooten. Zijn loof staat in kransen van afstand tot afstand rondom
| Op deze plek in de tekst zou een afbeelding moeten verschijnen. |
Fig. 16. Equisetum fluviatile.
den stengel en gelijkt veel op dennenaalden, en aan het uiteinde van den stengel verheft zich de spoelvormige vrucht, die uit kringswijze geplaatste sierlijke schubjes bestaat, waarin zich de kiemcellen ontwikkelen. Het Equisetum heeft een nederige standplaats, maar een edelen vorm en wanneer wij die kleine wiegelende heldergroene boschjes zien, glinsterend in het licht der middagzon,