spoor van zoodanig deel. Sommige dezer Cercaria's voortbrengende wezens veranderen door zamentrekking des ligchaams van vorm en plaats, andere zijn stijf en onbewegelijk. Maar welke de vorm zijn moge, al deze Cercaria-zakken omsluiten met de dunne huid eene holte, die behalve de spijsbuis (die wel eens ontbreekt) niets anders dan Cercarien bevat in verschillende ontwikkelings-tijdperken, zoodat men dikwijls uit één zoodanigen zak de volledige ontwikkeling van eene Cercaria-soort kan nagaan. De Cercarien ontstaan niet uit eijeren, maar uit ronde, eenigzins schijfvormige ligchaampjes, die de kenmerken van eijeren missen en den naam van kiemen moeten dragen.
| Op deze plek in de tekst zou een afbeelding moeten verschijnen. |
Fig. 6. Ontwikkeling eener Cercaria ephemera uit den Cercariazak van fig. 3 a, b, c kiem in hare opvolgende gedaanten; dkiem met oogvlekken, de Cercariagedaante reeds duidelijker vertoonende; e eene verder ontwikkelde Cercaria, met mondopening, oogvlekken en kliertoestel; f de Cercaria geheel ontwikkeld, waarin ook de spijsbuis duidelijk is.
Ook nadat men opgemerkt had, dat de Cercarien in deze zakvormige dieren uit kiemen gevormd worden, kon men zich toch langen tijd nog niet verklaren, op welke wijze die zakken ontstaan en wat uit de Cercarien wordt, die steeds, na het verlaten van den zak, zich, door de ligehaamszelfstandigheid der slakken of schelpdieren heenborende, een uitweg verschaffen in het water, waar zij met hun staart deels rondzwemmen, deels rondkruipen.
Van waar de Cercaria-zakken hun oorsprong konden nemen, was langen tijd niet mogelijk te verklaren. Geene enkele waarneming gaf aanleiding om te gelooven, dat zij door Cercarien werden voortgebragt. Het was weder voN siebold, die hierover het eerste licht verspreid heeft.
Deze hield zich in 1833 bezig met eene soort van ingewandsworm, tot