de botwormen te rekenen, met name Monostomum mutabile, te onderzoeken, welke menigvuldig door hem werd aangetroffen in de holten van de bovenkaak der ganzen. Hij bevond, dat deze soort levende jongen voortbrengt. Die jongen (fig. 6a) weken in gedaante geheel van het moederdier af; zij vertoonden zich als een afgietseldiertje met een zuigmond en twee donkerkleurige vlekjes, terwijl de geheele oppervlakte met trilharen bedekt was, waarmede het dier zich in water snel kon voortbewegen. Na eenigen tijd stierven deze wezens en hun week geleiachtig ligchaam verging in korten tijd, maar liet dan altijd een scherp begrensd, beweeglijk, spoelvormig voorwerp met
| Op deze plek in de tekst zou een afbeelding moeten verschijnen. |
Fig. 7. De veranderlijke eenmond (Monostomum mutabile) op de buikzijde gezien; ¾ nat. grootte. .
twee zijuitsteeksels achter, dat men trouwens bij al de jongen reeds vóór hun dood door het ligchaam kon zien heenschemeren. Bij nadere beschouwing bleken deze nieuwe wezens geheel overeen te stemmen met Cercaria-zakken. De figuur vertoont de groote overeenstemming van deze wezens met den in fig. 4 afgeteekenden, in de modderslak voorkomenden zak van Cercaria armata. Door deze waarneming is het raadsel opgelost, van waar de Cercariazakken hun oorsprong hebben, en zelfs
| Op deze plek in de tekst zou een afbeelding moeten verschijnen. |
Fig. 8. Een pas uit het ei voortgekomen jong van Monostomaum mmutabile vergroot Fig. 9. De na het afsterven van het jong overblijvende Cercaria-zak, vergroot, a van de zijde, b van boven gezien; vergelijk fig. 4.
kan men met zeer groote waarschijnlijkheid gissen, hoe het aan de trage en moeielijk zich bewegende Cercaria-zakken mogelijk is zich eene geschikte woonplaats te verschaffen. Het moederdier, de ingewandsworm (Monostomum mutabile) bewoont die deelen van moeras- en watervogels, welke naar buiten geopend zijn; de pas geboren jongen zullen zonder veel moeite naar buiten geraken en door de levenswijze van deze vogels meestal in het water teregt komen; daar kunnen zij door hunne trilharen levendig rondzwemmen en de waterslakken aantreffen, welke eene geschikte woonplaats opleveren voor de Cercaria-zakken, die zij in zich besluiten. Zijn zij door de natuurlijke openingen der slak naar binnen gedrongen, dan mogen zij afsterven,