hebben, zich volgens de waarnemingen tot een bolvormig ligchaam zamentrekken en aan hare geheele oppervlakte eene slijmachtige stof afscheiden, die, verhardende, het dier, dat onophoudelijk blijft ronddraaijen, als eene eischaal omgeeft. Vóór het dier zich aldus gaat omhullen, heeft het zijn staart afgeworpen. Waarvoor die omhulling dient, moge men uit het volgende afleiden. Bij de ontleding van vele en zeer verschillende waterinsekten treft men nu zulke omhulde Cercarien dikwijls aan, b.v. in de steeds het water bewonende maskers van haften, juffertjes, scharrebijters (korenbouten) enz. Gegroeid waren de Cercarien nimmer en slechts somwijlen kon men flaauwe aanwijzingen ontwaren, dat de geslachtsdeelen zich begonnen te ontwikkelen. Men heeft de Cercarien, omhuld en onontwikkeld, ook nog in diezelfde
| Op deze plek in de tekst zou een afbeelding moeten verschijnen. |
Fig. 10 Eene omhulde Cercaria ephemera.
diersoorten aangetroffen, als zij, vleugels bekomen hebbende, het water reeds hadden verlaten. Kortom, alles wijst aan, dat de Cercarien, die, als zij hunnen staart verloren hebben, inderdaad jonge botwormen zijn, slechts voorloopig in de maskers van waterinsekten dringen, zich daar omhullen, ten einde langer in levenden toestand bewaard te blijven en eindelijk door de vliegende insekten medegevoerd, in de vogels of andere insekten-etende dieren overgaan, aan welke deze tot voedsel verstrekken. In deze hare laatste en geschikte woonplaats vindende, verkrijgen zij eindelijk hare volledige ontwikkeling en kunnen tal van eijeren voortbrengen; dat daarbij de noodige bevruchting kan plaats hebben, hebben zij in vele gevallen aan hunne tweeslachtigheid te danken, de mannelijke en vrouwelijke voortplantings-werktuigen zijn in één individu vereenigd. Die voorwerpen, welke in het water zich omhullen, zullen ongetwijfeld verloren gaan, tenzij hunne verdere ontwikkeling moet plaats vinden in een gewerveld dier, dat in het water zijn voedsel zoekt.
Maar niet alleen zijn de Cercarien in waterinsekten ingedrongen aangetroffen, men heeft zelfs bij enkele Cercarien bespied, hoe zij er binnendringen. Ook hieromtrent heeft von siebold waarnemingen verrigt. Hij nam eene groote menigte van Cercaria armata (fig. 2) uit de gewone modderslak (Lymnaeus stagnalis) afkomstig, en bragt in hetzelfde water verscheidene zeer jonge doorschijnende maskers van