juffertjes en haften. Hij nam onder 't mikroskoop waar, dat vele Cercarien deze maskers aanklampten en onrustig op hunne oppervlakte heen en weder kropen, als of zij iets zochten. Zoo als men ziet, bezitten deze Cercaria's vóór aan den kop een stekelvormig wapen. Dit drukten zij meermalen tegen de huid der insekten, maar hielden telkens weder op, tot zij eindelijk een van die weeke plaatsen der huid aantroffen, welke tusschen de harde ringen van het ligchaam zich bevinden. HEéns daar aangekomen, weken de Cercaria's niet meer van hare plaats, maar werkten onophoudelijk met den stekel door, totdat de huid doorboord was. Zoodra dit geschied was, drong het buigzame dier oogenblikkelijk met het versmalde vooreinde in de wonde, deed de wond uiteen wijken en kwam langzamerhand met het geheele lijf in de ligchaamsholte; altijd echter met verlies van den staart, die buiten aan de wonde bleef hangen, afgeknepen door het sluiten der wondlippen. De doorschijnende maskers lieten nog toe, waar te nemen, hoe de Cercaria zich nu ineen rolde en zich omhulde, gelijk boven gezegd is. Fig. 11 geeft eene afteekening van: het omhulde dier, in zamenstel geheel een nog geslachtlooze botworm. Men ziet ook in het omhulsel den stekel, die even als de staart verloren is gegaan. Soms echter blijft de stekel aan het dier bevestigd. Het omhulde dier moet nu, om zijne ontwikkeling te kunnen voortzetten, wachten totdat het insekt door een gewerveld dier verslonden wordt; eerst daarin kan het als botworm eijeren voortbrengen. Niet alle Cercaria's bezitten een dergelijk wapen, en zij kunnen dus niet
| Op deze plek in de tekst zou een afbeelding moeten verschijnen. |
Fig. 11. Eene Cercaria armata (fig.2). Omhulde stekel ligt in het hulsel. Vergroot.
allen op gelijke wijze in andere dieren indringen, maar men ziet toch uit dit voorbeeld, dat zij bestemd zijn om in andere dieren, de eene op deze, de andere op gene wijze aankomende, hunne verdere ontwikkeling te gemoet te gaan.
De waarnemingen aangaande deze wezens zijn hier uitvoerig genoeg medegedeeld, om een algemeen denkbeeld te geven van de ontwikkeling. Wij moeten ze ons nog eens beknopt voor den geest stellen en tevens in verband brengen met hetgeen over die merkwaardige wijze van voortplanting, welke wij teeltwisseling hebben genoemd, boven werd medegedeeld. De botwormen brengen uit hunne eijeren wezens