Naar inhoud springen

Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/211

Uit Wikisource
Er is een probleem opgetreden bij het proeflezen van deze pagina
178
HET PETROLEUM.

en waterstofatomen bevat; doch het zou ons te ver voeren, zoo wij deze hier wilden aanvoeren.

Een dergelijk verband als wij tusschen de vier bovengemelde vetzuren hebben aangetroffen, ten opzigte van scheikundige zamenstelling, bestaat er nu ook voor de meeste ligchamen, die in het petroleum voorkomen. Deze bestaan slechts uit kool- en waterstof, en zijn geheel vrij van zuurstof; zij vormen eene reeks van vlugtige ligchamen, waarvan elke molecule twee atomen waterstof meer dan koolstof bevat, zooals men zal zien uit de volgende tabel, waarin de leden dezer reeks met hunne meest kenschetsende eigenschappen zijn neergeschreven:

Op deze plek in de tekst zou een afbeelding moeten verschijnen.


Wij zien, dat elk volgend lid van de reeks in de tabel opgenomen tevens twee atomen koolstof en waterstof meer in ééne molecule bevat, dan het voorgaande, en dat er eene vrij regelmatige opklimming is in de kookpunten en in de soortelijke gewigten. De verbinding, die wij met C24 H36 hebben aangeduid, is geenszins de laatste van de reeks; het petroleum bevat nog meerdere leden daarvan, wier kookpunt allengs tot ver over 300° stijgt; maar deze zijn niet verder onderzocht. Buitendien komen er nog eenige andere ligchamen in kleinere hoeveelheid in voor, zooals eenige procenten paraffine, harsachtige stoffen en enkele, die minder van belang zijn; over de aanwezigheid van benzoi en de stoffen, die daarmede in ééne reeks te huis behooren, vindt men nog steeds verschil van gevoelen.