Naar inhoud springen

Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/42

Uit Wikisource
Er is een probleem opgetreden bij het proeflezen van deze pagina
15
DE BEKERPLANTEN.

zijne ondervlakte voorkomen, en 5 bogen beschrijven, die juist gelegen zijn op de grenzen tusschen de 5 bolvormig uitstaande onderdeelen, die het schermvormige ligchaam zamenstellen. De vruchten der Sarraceniaas zijn (zie fig. 9) 5-hokkige, 5-kleppige 5-kleppige zaaddozen die hokverbrekend openspringen en talrijke kiemwithoudende zaden bevatten.


Op deze plek in de tekst zou een afbeelding moeten verschijnen.
Op deze plek in de tekst zou een afbeelding moeten verschijnen.

Fig. 8. Dwarse doorsnede van den snede van den eijerstok van S. flava, vergroot (ontleend als voren). Fig. 9. Vrucht eener Sarracenia, natuurl. grootte (ontleend als voren).

Het behoort niet tot de zeldzaamheden, dat de Sarraceniaas in onze kassen bloeijen. Soms doen zij dit zelfs op eene voortreffelijke wijze. Nogtans zijn zij, om zoo te zeggen, in dit opzicht niet van wispelturigheid vrij te pleiten, hetgeen met andere woorden zeggen wil, dat men hare bloemen nu eens, zonder dat men er op durfde rekenen, voor den dag ziet komen, en dan weder, niettegenstaande de beste zorgen, niet vermag te voorschijn te roepen.

De plaats, die de Sarraceniaas in het natuurlijk stelsel behooren in te nemen, is door verschillende Schrijvers niet altijd op dezelfde wijze bepaald. Mij komt de meening van planchon, dat men haar, zij het dan ook tot eene afzonderlijke groep, aan de Pyrolaceae behoort aan te sluiten, als de aannemelijkste voor.

Het aantal bekende soorten van Sarracenia bedraagt op dit oogenblik 7, te weten, S. flava, purpurea, Drummondii, rubra, variolaris, undulata en psittacina. Hiervan worden de eerste vier veelvuldiger dan de anderen bij kweekers en in kruidtuinen aangetroffen. Wij wenschen echter, voor wij dit hoofdstuk eindigen, bij elk dier soorten nog een oogenblik stil te staan.

Sarracenia flava, eene bewoonster van Virginië, Carolina en Georgië, maar vooral van de vochtige dennebosschen van Florida, is eene der oudst bekende soorten van het geslacht. De l'obel toch gaf, reeds in 1576, in zijne "Adversaria" eene afbeelding van eene urn dier soort en teekende daarbij aan, dat hij het bezit van dat vreemdsoortige blad (zie fig. 3, bl. 10) te danken had aan zekeren geneesheer lacnat van La Rochelle, aan wien dit door een zeeman, die