soort aan hun voet veel sterker zaamgetrokken zijn dan bij de overigen, is de vreemd gevormde stempel hier ook veel beter dan elders te zien.
Sarracenia psittacina, afkomstig uit Georgië en Florida, heeft, wat den vorm harer urnen betreft, wel eenige overeenkomst met de vorige soort, -maar wijkt daarvan ten zeerste af door haar deksel, dat de gedaante heeft eener nap en den mond der urnen bijna geheel afsluit.
De zevende en laatste soort van Sarracenia, reeds door linnaeus met den naam van S. purpurea bestempeld, behoort, met S. flava, tot de vroegst ontdekten, en wordt dan ook reeds in de werken der 17de eeuw vermeld. Reeds bij den eersten blik onderscheidt zij zich van alle aanverwanten door hare sterk opgeblazen, breed gevleugelde, als onder hare eigen zwaarte neergedrukte en daardoor gekromde en met haar voet den grond bijna rakende bekers (zie fig. 13, volg. bl.) wier heldergroene oppervlakte rondom met een net van purperen aderen geteekend is. Over eene groote uitgestrektheid lands verspreid,
| Op deze plek in de tekst zou een afbeelding moeten verschijnen. |
Fig. 12. Grootst gedeelte eens bekers van Sarracenia rubra, op zijde gezien, ontleend aan curtis Botanical Magazine (natuurl, grootte).
ontmoet men S. purpurea op verschillende moerasachtige plaatsen van Canada en de Vereenigde Staten, van de Hudson-baai af tot aan de golf van Mexico. Clusius gaf van de bekers der genoemde soort het eerst eene beschrijving en eene afbeelding in zijne "Historia plantarum rariorum" in 1601, en vermeldt, dat hij, daartoe in de gelegenheid werd gesteld door den apotheker gonier van Parijs, die hem zijne uit Lissabon ontvangen, doch, wat hunne afkomst betreft,