Naar inhoud springen

Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/79

Uit Wikisource
Er is een probleem opgetreden bij het proeflezen van deze pagina
50
DE BEKERPLANTEN.

Zijn reeds de urnen van Heliamphora in menig opzicht van die der Sarraceniaas onderscheiden, niet minder verschil wordt er tusschen de wijze van bloeijen en den bouw der bloemen bij beide geslachten opgemerkt. In de eerste plaats toch zien wij, dat er van uit het midden der bladrozet bij Heliamphora niet een één-, maar een veelbloemige stengel oprijst, zoodat hier werkelijk van een bloemtros gesproken kan worden, en in de tweede plaats, dat bij voornoemd geslacht, in plaats van 3 bijkelk-, 3 kelk- en 3 kroonbladen, slechts 4 of 5 blaadjes aan de zamenstelling der bloemen deelnemen (zie fig. 17), waarvan wel is waar de buitenste iets vleeziger


Op deze plek in de tekst zou een afbeelding moeten verschijnen.

Fig. 17. Top van den bloemtros van H. nutans, ontleend als voren (natuurl. grootte).

dan de binnenste zijn, doch daarmede toch in kleur en in vorm overeenstemmen. In het aantal en de zitplaats der meeldraden (fig. 17 a) bestaat bij beide geslachten geen verschil; doch geheel anders is zulks ten opzichte van den stamper (fig. 18, volg. bl.), die in de eerste plaats een 3- en geen 5-hokkigen eijerstok heeft (fig. 19), en welks stijl (fg. 18 a) hoegenaamd in geen schild- of schermvormigen stempel uitloopt. Schomburgk beschrijft de vruchten van Heliamphora als