Naar inhoud springen

Pagina:Amsterdamsche Courant 1690-09-23.pdf/1

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen


ANNO

AMSTERDAMSE

1690.

Saturdaegſe Courant.

ITALIEN.

NApels den 29 Auguſti. Men heeft weder een goede ſomme Contanten aan den Gouverneur van Milanen, door order van ’t Spaanſſe Hof geſonden, en worden verſcheyde Goederen van ’t Hof te koop geſteld, om geld te bekomen. In de Zee van Calabrien heeft men eenige Turkſche Galootten en Caraveelen geſien, die verſcheyde Barquen hebben geroofd. Uyt de Provincie van Abbruzzo en van Monte Tusco zyn eenige Hoofden van Bandyten gebracht; en verſcheyde andere die gevangen ſijn, ſal men doen ſterven ter plaatſe daer zy gegreepen zijn.

Romen den 2 September. De bewuſte Gabrieli blyft noch al naeuw opgeſlooten in ’t Kaſteel St. Angelo; en vermits de menigte zyner Complicen, die men nog dagelyks ontdekt, en waer van ’er deſe week nog veel in hechteniſſe genomen zyn, gelooft men dat ſijn proces nog ſoo haeſt geen voortgang ſal hebben. De Cardinael Goes hebbende de viſite aen den Cardinael Albani gegeven, heeft een lange conferentie met hem gehad wegens de verſchillen tuſſchen dit Hof, en dat van Weenen; en ſpreeht men veel van de goede Wille des Paus, indien ſich iemand tot Mediateur aenbood. De Cardinael Goes liet ondertuſſchen zyn mishagen blyken, om dat men aen Nicoli, die nog in Campidoglio, alwaer hy goed tractement geniet, wandelende ſomtyds in de Kamer van den Fiſcael, gevangen blyft, eeten had geſonden uyt het huys van den Cardinael Ottoboni; en men weet niet hoe men de gemelde Goes met die gevankenis beſt ſal voldoen; vermits hy verſtaet dat de aengeſeyde ſtraffe behoorde uytgevoerd te worden: want wanneer Albani iets tot faveur van Nicoli inbragt, ſo gaf Goes tot antwoord, dat hy na geen voorſlagen kon luyſteren voor dat hy antwoord van den Keyſer had. Ondertuſſchen verſtaet men van elders dat men in ’t naſien der rekening groot manquement aen Nicoli bevonden heeft. De Canoniſatie der 5 Santen is tot nog toe uytgeſteld; en vermits de Schriften der ſelve door Monſr. Gabrieli, als Protonotarius Apoſtolicus, moſten getekend worden, en men nu bevonden heeft dat hy ſoo een ſchadelyk perſoon voor de H. Kerk is, ſoo heeft de Paus geordineerd datſe van een ander ſullen geteekend worden. De Reſident Gubernati van Savoyen, die door nieuwe ordre van dien Hertog weer aen dit Hof gekomen is, in plaets van na Londen te gaen, heeft van deſe week audientie by den Paus gehad. Op de tyding van ’t overgaen van Malvaſia ging de Paus Donderdag ’s namiddags na’t Sacro Collegio in Santa Maria Maggiore, alwaer het Te Deum geſongen wierd; daer na wierd het Geſchut van ’t Kaſteel geloſt, en de Venetiaenſche Ambaſſadeur door de Princen Regenten en de Cardinalen en Prelaten gecongratuleerd, en giſteren had gemelde Ambaſſadeur een lange Audientie by den Paus. De Cardinael de Bouillon maekt ſich gereed om weer na Vrankryk te keeren, ſullende aldaer ’t Ampt van Aelmoeſſenier des konings bedienen.

Turin den 2 September. De Marquis de Bruene, zynde Maendagh hier gekomen van Milaanen, alwaar hy geſonden was van onſen Hertog, wegens de tegenwoordige voorvallen, heeft uyt de naam van dien Gouverneur verſeekering mede gebracht van nieuw ſecours van Ruytery en Voetvolk; ook zyn de 3500 beloofde Duytſchers reeds by onſe Armee te Moncalieri aengekomen, waar by ſig reeds 2150 man te voet van ’t Lotharings Regiment vervoegd hebben; ſulks dat ons Heir aldus verſterkt zynde, wel haaſt ſtaat op te breeken. Syn Koninklyke Hoogheyd heeft ſig op Maandag derwaerts vervoegt, na dat alvooren de Gaſthuyſen beſocht, en alle de gequetſten ieder een ſtuk Gelds gegeven had. Daer wort een groote quantiteyt vleeſch vervaardigd om aen de Waldenſen uyt te deelen; en op Donderdag wierden 10 ſtukken Canon na ons Leeger gevoerd. Ondertuſſchen ſtaat den Vyand by Savigliano gecampeerd, en heeft binnen Saluzzo 2 Regimenten, en eenige Militie in Feſſano gelegd, eyſſchende in alle die plaatſen contributien; ook heeft deſelve aen ’t gantſche Marquiſaatſchap van Saluzzo belaſt om hare Wapenen en Krygs-Ammunitie in ’t Kaſteel van die Stad te brengen; hebbende ’t Canon, dat daar was, beneffens de gequetſten, van daer na Savigliano doen voeren, alwaar zy ſig verſterken. Op Donderdag avond zag men een myl van Carmagnola een groot Detachement Franſche Ruytery; dog ſy bedreven geen hoſtiliteyt. De Franſchen hebben een bevel uytgegeven dat alle Savoyaerds, die buytenlands zyn, ſullen hebben weder te keeren, op pœne van Confiſcatie. De Graaf de Brandizzo is van zyne quetſuur, by Lucern ontfangen, geſturven, gelyk ook de Ridder van Lance in Carmagnola; maer de andere gequetſte Ridders, Officiers, en Soldaten komen weer op; ook is de Graaf de Moneſtarolo buyten alle perykel.

Milaen den 6 September. Soo dra de Marquis de Bruné, van den Hertog van Savoyen afgeſonden, om eenige beſoignes voor te dragen, hier te poſt gekomen was, gaf onſe Gouverneur, ſchoon hy ſich onpaſſelyk bevond, terſtond ordre aen eenige Officiers van de Monſtering om ſich na Turin te begeven, de Militie te monſteren, en een lyſt van de dooden, gequetſten en gevangenen te maken; om daer tegen te konnen voorſien. Ondertuſſchen heeft men nieuwe paerden van particulieren opgekoft, en na ’t Leger van Savoyen geſonden; ’t welk by Moncalier ſich weer vereenigt: En dien Hertog vervaerdigt alles om met den eerſten den Vyand tegen te trekken, te meer om dat men verſtaet dat de Hertog van Nieuwburg, op inſtantie van de Keyſer, nog eenige Ruytery en voetvolk herwaerds ſtaet te ſenden, behalven de Duytſche Troepen die reeds in Piemont zyn. Ondertuſſchen heeft Mr. Catinat ook een renfort van 4000 man bekomen, en bevindt ſich tegenwoordig 13000 man ſterk; hebbende een Proclamatie laten uytgaen dat alle afweſende perſoonen, uyt de plaetſen door hem ingenomen, binnen een zekere tyd weer in hunne huyſen ſullen moeten komen op peene van Confiſcatie hunner goederen. De Savoyſche Armée met het Duytſche Voetvolk en de verwachte Ruytery verſterkt, beſtaet nu uyt 16000 man. De Generael onſer Cavallery en de Hertog van Seſto zyn van hunne ligte quetſuuren in’t laetſte gevecht bekomen, reeds geneſen, gelyk ook verſcheyde Officiers; en men bevindt dat het getal der dooden, ſoo van de onſen als de Savoyſche, veel minder is als in ’t eerſt was gemeld. Mr. Parella bevindt ſich tot Chieraſco, ſtellende het geweſt daer ontrent in ſtaet van defenſie; en na Cuneo zyn Soldaten en Canon geſonden, om dat men twyfelt of de Franſſen, wel ’t oog op die plaets mochten hebben, gaende dikwijls met partyen uyt Gaſal ſtroopende niet alleen in Savoyen, maar ook in deſen Staet, en veel boere huyſen in de brand ſtekende.

Venetien den 8 September. Na dat op Vrydag de Overgave van Napoli di Malvaſia alhier gepubliceerd was, wierd ’s anderendaegs in de Kerk van St. Marco een dankſegginge met de ſolemnele Miſſe gedaen, en het Te Deum geſongen, onder ’t losbranden van ’t Geſchut; wordende Sondag ’s avonds Vuurwerken aengeſtooken en veel vreugde bedreeven. Na ’t overgaen der plaetſe heeft ſijn Excellentie de Generael Cornaro goede ordre geſteld, en is daer op met ſijn gantſche Armée vertrokken om de Turkſche Vloot op te ſoeken, welkers Schepen tot Rodes en de Galleyen tot Foques leggen. In deſe verovering hebben de Heer de Guadagne, en de Graef van St. Felix byſonder uytgemunt, hebbende een Battery van 4 ſtukken opgerecht, en daer mede de Burgt beſchooten. Op Woensdag verſtond men door brieven uyt Ancona dat in die Haven een Saik en Franſſe Tartane was aengekomen, welke ontrent Malvaſia geweeſt zynde, de Overgave van die plaets, na een blocquade van 17 maenden, confirmeerden, verhalende wyders dat ſijn Excellentie Cornaro daer een genoegſaem Guarniſoen gelaten hebbende, met de Vloot na Scio was gezeyld, om de Turkſche Vloot in die Haven aen te taſten: hoewel andere meenen dat het Vallona ſal gelden, dewyl de Primo Vizier de Militie daer uyt geligt, en na Sofia en Teſſalonica heeft doen marcheeren. In ’t voorſt van deſe week quam de Hartog van Mantua hier. Op Maendag wierd in de Kerk van St. Clara een beeld van de H. Maegd, dat de Generael Cornaro in Morea gevonden en herwaerds over geſtuurt had, opgerecht.

Duytſland en d’aengrenſende Rycken:

Weenen den 10 September. Verleden Donderdagh heeft zyn Doorl: den nieuwen Keurvorſt van de Paltz by beyde haar Keyſerlyke Majeſteyten, in qualiteyt van Keurvorſt, de eerſte audientie gehad; waar op haare Majeſteyten deſelve eergiſteren opentlyk de Viſite hebben gegeven. Dien ſelfden dag hadden de Spaanſche en Venetiaenſche Geſanten audientie by den Keyſer, en hebben de Complimenten van Condoleantie over den overledenen Keurvorſt afgeleyd. Morgen ſullen beyde haar Keyſerlyke Majeſteyten, beneffens den Roomſche Kodink, en de hier gebleevene Nieuwburgſche Heerſchappen, na Ebersdorf gaen, die overmorgen van de Keyſerlyke Heerſchappen ſtaan gevolgt te worden. Dewyl men uyt Belgrado veel Geſchut na Niſſa, Widin, en de nieuwe Schans Carolina, gelegen op een Eylandje in den Donau, had gevoerd, ſoo zyn van hier, als ook van Offen weer veel ſtukken Canon ingeſcheept, om na Belgrado vervoerd te worden. Heden word alhier de Jaarlykſche Proceſſie uyt de Hof-Kerk na die van St. Stephanus, over ’t Ontſet van Weenen, gehouden, zynde het Te Deum Laudamus, onder driemael losbranden van ’t Canon, in preſentie van ſijn Keyſerlyke Majeſteyt geſongen. Van Semendria heeft men, dat de Prins Louis van Baden, hebbende den Graef van Aſpremont met een Detachement van 6000 man na Belgrado geſonden, met de reſteerende Militie den 4 deſer den Donau was gepaſſeerd, om recht na Sevenbergen te trekken. De Teckely ſtaet nog by Croonſtad, verwachtende nog meer ſecours. De Belegering van Widin en Niſſa word gecontinueerd: Van voor de laetſte plaets heeft men den 29 paſſato heftig hooren ſchieten; en word vermoed dat de Vyand daer op geſtormt heeft; doch wat daer van zy ſal men met de naaſte tyding moeten afwagten.

Hunningen den 11 September. Deſe morgen hadden wy tydingh uyt onſe Armee onder den Heer de Dauphin, dat de drie Regimenten te paard en 3 te voet, welke na den Marquis de Bouflers gedetacheerd waren, gecontramandeert zyn. Gemelde Regimenten zyn dan boven Keel, over de Schipbrug tot Rheinau, den Ryn na ’t Leeger gepaſſeert. Eergiſteren waar men van gevoelen dat het met de Geallieerdens tot een Battaille ſoude gekomen hebben, te meer om dat de Keyſerlyke en Geallieerdens Voorwachten aan het Gebergte haar genoegſaem lieten ſien; dit wierd noch door de Overloopers en Spions beveſtigf, dat de Geallieerdens gereſolveert waren den Heer de Dauphin, niet tegenſtaende hy ſeer voordeelig gepoſteert lag, daer in aen te taſten; maer ſulks is niet geſchied. Ondertuſſchen avanceeren de Geallieerdens na het Gebergte, en de anderen opwaards langs den Ryn: gelyk dan den Heer de Dauphin op giſteren, verneemende de aanmarſch der Keyſerſſe op Ackeren, Oberkirchen en Wunchlich, ook van Schutteren tot aen Kenzing is gekomen, en het Corps onder Mr. d’Uxelles van Altenheimb tot Cappel, tot dekking van de daer leggende Schipbrugge, die nu tot op 3 uuren na van Briſack, is opgevoerd. Men ſegt dat d’Armee onder den Dauphin ſigh heden tot Weil begraven heeft, en meent aldaer des Vyands voornemen af te wachten.

Frankfort den 17 September. Nu ſiet men by de brieven van Turin en Milanen van den 28 paſſato en 2 deſer, dat de tyding van Chur en Arrau, over Augsburg en Nurenburg voorleden bekomen, van een 2de Battaille tuſſen den Heer Hartog van Savoyen en Monſr. Catinat t’eenemaal verziert en onwaer is: maer van Arrau heeft men nu die ſeekerheyt, dat het Tractaat met den Heer Cox, Engelſſe Envoyé, eyndelyk ten goede eynde is geraekt en geſlooten, en ten fine van Ratificatie door een Expreſſen naer Engeland geſonden: en na men van daer verneemt, ſoo ſoude men aen ſijn Koninklyke Maj. van Groot Brittanien, alles naer eygen believen geaccordeerd hebben. De Marſch der Sweedſe Troupen gaet langſaam voort, alſoo ſy na de 3000 man die uyt Pomeren komen, wachten; haer rendevous is hier omrent, om dan na de Bergſtraat te marcheren. Van hier wert een groote quantiteyt Proviand na Mentz gevoert. De Franſſe Armee, na men verſtaet, ſtaat noch tuſſchen Briſack en Freyburg, welke door de Keyſerlyke en Geallieerde Armee ſoodanig op de hielen werd gevolgt, dat de Franſſen daer door tot nog toe verhindert zyn, van na haer believen den Ryn te konnen repaſſeeren, en daarom genootſaekt ſyn geweeſt haar Schipbrug hooger op te doen voeren; dog de Keyſerſſe lieten haer geen tyd, die verſeekert over den Ryn te konnen ſlaan, veel min die te paſſeeren, of te retrencheeren; ſoo dat’er nog hoope is, dat de Keyſerſſe en Geallieerden de Franſſen tuſſchen hare Veſtingen ſullen aentaſten; den Hemel verleene daer toe ſijn zeegen. De jongſt uyt geſtroyde tyding van het gevangen nemen van den Heere Grave van Sereni, Keur Beyerſe Generael, wort onwaer en verdicht bevonden, vermits met de tegenwoordige brieven uyt het Keur-Beyerſſe Leger, geen de minſte mentie daar van gemaakt word.