Naar inhoud springen

Pagina:Apologie van Pr Willem I van 1580.pdf/130

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

[128]

vooren van gheseyt hebben, datse bevonden dese vervolginghen seer hardt ende onverdraghelick te wesen, ende datse, alsoo lange als de selve souden blijven duerende, gheen vaste gerustheyt in den lande en conden bemercken (soo 't ghewoonelick in dien ende in dierghelijcken saken pleeght te gheschieden) begonnen nieuwe aenslaghen voor te stellen, de welcke wy uit redene onses lasfts ende officien, die wy waren bedienende, middel vonden om te ontdecken. Soo veele isser af, besorghende dat dese dinghen mochten gheraken seer ghevaerlick af te loopen ende een quaedt eynde te nemen: daer beneven achtende dat desen wech den sachtsten ende in den rechten wel ghefondeert was: dat wy niet quaet en hebben ghevonden dat de voorsz. Requeste soude ghepresenteert werden. D'welck wy gheensins en willen ontkennen: ende soo verre van daer is het, dat wy 't souden soecken te bewimpelen,[1] dat wy ter contrarien t'felve tot grooten voordeele voor onse eere ende reputatie, oock tot sonderlinghen diensten des

  1. ↑ Men weet dat de Prins, in zyne eerste Verantwoordinge van den jare 1567, staande hieldt, dat dit Verbonds-werk buiten zyne kennisse hadt plaats gehad, en ronduit verklaarde, dat het hem niet aanstond; doch men weet tevens, dar uit die gezegdens, en de geenen, welken wy hier lezen, nices nadeeligs