Naar inhoud springen

Pagina:Apologie van Pr Willem I van 1580.pdf/134

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

[ 132 ]

ghener persoone t'voorschreven vertooch te doen. D'welck niet te min soo, weinich heeft gheholpen, dat daer en teghen den voorschreven Heer Grave onder, den schijn van s'Conincks woort seer deerlick bedroghen, zijnde (d'welcke hem naederhandt diere ghenoech ghecost heeft,) brieven van daer brochte, heel ende al van contrarien, inhoude, dan t'ghene was dat hem, de Coninck mondelinghe hadde bevolen te segghen: alsoo dat hy doe bedwonghen werdt te bekennen, dat wy, al eer dan hy de reyse aenveerde, seer wel voorsien hadden wat daer af comen soude. Ende noch souden ons de discipulen van Macchiavel hier gheerne de ooghen willen verblenden met dese schoone momaensichten van vaderlicke liefde, ghetrouwicheyt, aengheborene goedertierenheyt, ende, dierghelijcke schijnbare ende cierlicke woorden en de en maken daer en tusschen, ter weerelt gheen swaricheyt soo, schandelick te bespotten met den eedt diese doen, ofte met hare beloften, aen persoonen van soo danigher qualiteyt ghedaen. Dese zijn dan, de rechte autheurs, voorderers ende oproerders gheweest van alle de troublen die ter causen van de eerste Requeste zijn gheresen ende ghy hebt oock daer beneven ghehoort, mijne Heeren, wat raedt