Naar inhoud springen

Pagina:Apologie van Pr Willem I van 1580.pdf/171

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

[ 169 ]

gaet, nochtans willen wy tot verantwoordinge van de Staten van Hollandt ende Zeelandt, so veel seggen, dat dese clachte seer qualick soude gefondeert zijn: dewijle dat het geen reden en is, das sulcke luyden souden genieten een privilegie ofte sonderlicke vryheyt, door 't middel van de welcke sy t'landt hebben in des vyandts handen willen overleveren, jae der onderdanen lijf ende goet verraden, mergaders niet een, twee ofte drye van haere privilegien alleenlick, maer alle de franchisen ende vryheden die van ouden tijde buyten aller menschen gedachtenisse ende van geslachte tot geslachte by onsen voorsaten ende voorouderen zijn bewaert ende onderhouden worden. Sy voesghen hier tusschen mede in, dat wy hebben begonnen in te brenghen liberteyt van de conscientie, So sy daer by willen verstaen, dat wy souden de dore gheopent hebben tot soodanighe Godtloose feyten, als daghelicks bedreven worden in des Princen van Parma Hof, Daer men een Atheist te wesen, ofte in Godt niet te ghelooven, metgaders andere Roomsche deuchden, slechts voor spel houdt: Soo antwoorden wy hen, dat men soodanighe vryheyt ofte veel eer, roeckeloose ende onghebonden moetwillicheydt, by de erfghenamen van Signor Pietro