[ 171 ]
dunckt: wel zijnde versekert, dat veel volcken ende natien, die wel soo weerdich zijn als de Spaensche natie, ende die overlangh zijn gheware worden dat men door 't middel van den vyere ende zweerde, de saken niet veele en vervoordert, ons hier om loven sullen, ende voor goet houden t'ghene dat by ons gedaen is. Maer nademael dat ghy, mijne Heeren, met een alghemeyne verwilliginghe des volcks dat selve hebt daer naer gheapprobeert, straffende die strengicheyt van de placcaten, ende schorssende dese wreede executien, so en laten wy ons niet aenvechten, t'ghene dat de Spaegniaerts ende hare aenhanghers veel daer teghen willen morren.
Wy en connen ons oock niet ghenoech verwonderen van hare dwaesheyt, datse hen 'niet gheschaemt en hebben ons voor te houden, Dat wy hare Religieusen jammerlick hebben doen vermoorden:[1]ghemerckt dat
- ↑ ALVA schreef, in eenen brief van den 26 July 1572, aan HIERGES, 's Konings Stadhouder in Gelderland, over de stroperyes en brandschattingen van 's Princen Volk, 't welk hy daarin Larrons publicques & ennnemis de Dieu, de la religion & de leur Prince noemt, en waarin tevens van een groot aantal vermoorde Geestelyken op de grenzen van Gelderland gesproken wordt. Dergelyke gevallen gebeurden wezenlyk: en, reeds vroeger, komt my eene baldadigheid voor van diversche