[ 187 ]
ende meyneedicheyt, die hy niet te wercke gestelt en heeft, om alle de voorneemste Heeren van den lande nae sijn hant te hebben, met schoone presentatien ende beloften, metgaders hen ghevende nieuwe tittelen van eere ende meerder weerdicheyt: ende als hy eenige luyden met eeren conde aenlocken die dede hy, sonder aenschou te nemen noch op haer onschult, noch op des lants privilegien, jammerlick ende wreedelick ombrenghen: niet te min daer en is van alle t'ghene dat voorschreven is, niet dan by bevele van den Coninck ghedaen. Op ghelijcker wijse heeft hy met de goede borgheren ende cooplieden gheleeft, onse oude privilegien ende vryheden, metgaders al wat by ons noch overgebleven was van de heerlickheyt ende grootheyt onser voorouderen, soo vermetelick ende hooveerdichlick onder de voeten tredende, soo dat het scheen als of ghy niet en hade weerdich gheweest voor menwchen ghehouden te werden. Ende hoe woude men een gewisser ende clarer bewijsinghe daer van connen hebben die meer in den thoon is gheweest, ende als een schoufpel voor de gantsche Christenheyt, met een onverdraghelicke verachtinghe van alle dese landen, dan dese opgheblasene, eergierighe, goddeloose, hey-