Naar inhoud springen

Pagina:Apologie van Pr Willem I van 1580.pdf/212

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

[ 210 ]

ghy lieden hebt tot uwe meerder versekerheyt noodich bevonden, sommige van den artijckelen der voorschreven Pacificatie te vermeerderen ofte oock te veranderen. Jae dat meer is, of ghy de selve artijckelen hadte willen gantschelic breken, te niete doen ofte wederroepen: Wie is de ghene die ulieden eenichsins hadde connen beschuldighen van dies wegen, dat ghy in 't gene dat uwe eygen sake was, alsoo gedisponeert hadt als ghy tot uwen profijte ende welvaren hadt bevonden te behooren, dan hy alleene die hem meynde met zijnen eedt als met een garen te behelpen, om ulieden daer in te vanghen ende te verstricken.

Aengaende datse willen segghen, dat de veranderinghe comt van onsent weghe, oft het schoon in der waerheyt also ware, so ist nochtans dat wy aen de voorschreven Pacificatie niet meer en waren verbonden, in aenschouwe van de ghene die met ons ghetracteert ende ghehandelt hadden, nademael dat sy se selve op so menigerhande wijse gevioleert ende ghebroken hadden: ooc nademael dat van uwent wege bevonde was also te behooren, dat sodanighe een veranderinghe soude gheschieden, so hadt ghy even soo groote auctoriteyt ende macht van de selve te disponeren, als een Heere recht