Naar inhoud springen

Pagina:Apologie van Pr Willem I van 1580.pdf/213

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

[ 211 ]

heeft in zijnen erf-goeden te doen. Want de Pacificatie was uwe: van de welcke ghy vermochtet te doen na uwe beliefte. Maer nu het is soo menichmael verthoont worden, so wel mondelinghe als by geschrifte, dar aen de voorschreven Pacificatie niet en is gevioleert noch ghebroken gheweest, soo dat het niet noodich en is den tijdt meer daermede over te brenghen, om ulieden t'selve te verclaren. Dat willen wy alleenelick wel toegeven, dat het dien van Hollandt ende Zeelandt verboden was, datse in den anderen Provintien geen veranderinge en souden aenrechten: Maer sodanige obligatie en sal men niet connen bevinden, dat het den Staten selve van de voorschreven andere provintien niet en soude veroorlost zijn geweest, in hare eyghen provintien te voorsien, ofte ordre te stellen door eenigherhande middel ofte conditie, tot hare meerder versekerheyt: d'welck claerlick is te sien ende te bemercken, soo wie den elfsten ende twaelfsten artijckelen van de voorschreven Pacifsicatie slechs wil overlesen. Jae daer en boven, ten tijde dat men besich was met de selve te maken ende te sluyten, alsoo een van de gene die van onsentweghe gedeputeert aen eenen anderen van de voorneemste over d'ander zijde eens was ver-