Naar inhoud springen

Pagina:Apologie van Pr Willem I van 1580.pdf/228

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

[ 226 ]

welcken hy beter ghevoelen ende vermoeden dan van ons hadde, ende dat hy ons noch ghedochte soo veele te gebruycken ende te employeren: selve dede ons langhs soo meer achterdencken crijghen, dat men onsen cop wel hadde van doen ghehadt, so wy den selven soo goede coop hadden willen overlaten, als ons dese gespaegnoliseerde mensch gedachte wijs te maken. Soo zijn wy dan oock even van der selven meyninghe geweest als ghy heden, jae ghy hebt seer wijselick gheresolveert, namelick dat men volghende t'exempel van dien wijsen Capitein Vlisses, voor den soeten sanck van dese Spaensche Meerminnen, behoorde d'ooren te stoppen. Maer wat willen wy alleene van ons segghen, dat wy van dien advijse souden geweest zijn? Dese onsalighe luyden selve, die tot dese vervloeckte verbanninghe verwillighet hebben, en zijn die niet even soo seere daer tegen gheweest als wy? De selve Magistraten, die desen Ban hebben doen uitroepen ende publiceren, en hebbense niet ooc den Heere van Selles; metgaders alle zijn versierde beuselen verworpen? D'welcke ghenoecsaem is om te antwoorden op ghene datse roeren van de veranderinghe ende afstellinghe van de Catholijcke officiers ende amptlieden. Ende of het Gode alsoo beslest