Naar inhoud springen

Pagina:Apologie van Pr Willem I van 1580.pdf/231

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

[ 229 ]

cier's, diese segghen, dat van ons souden afghestelt zijn geweest? Sy waren (seggense) wel gheaffectionneert tot den Coninck, welck even soo veele is te seggen, als dat se waren oprechte ende geswooren vyanden haers eyghenen vaderlants. Waer uit ghy wel cont mercken, mijne Heeren, hoe dat het seer wel is ghedaen, dat men se op veelen plaetsen heeft verandert.

Voorts beroerende datse ons oock verwijten, het goet geloove ende vermogen dat wy by den gemeyne volcke hebben, d'welck sy heeten, onder t'selve te regieren ende triumpheren, het is wel soo verre van daer; dat wy ons souden schamen so wel gelooft te zijn, dat ons daer tegen leet is, dat wy somtijts niet wat meer geloofs en hebben; dat is te seggen, dat wy se niet wel connen wijs maken ende brengen tot t'gene dat wy hen soo menichmael so wel mondelinge als by geschrifte hebben voorgehouden. Want wy souden al over lange met Godes hulpe t'landt van alle dese Spaensche vuylicheyt gesuyvert hebben. Maer soo sy na sulcx zijn als se willen segghen, ende soo wy daer en teghen oock sulcx zijn als se ons beschrijven (want om hem te believen willen wy hen dat selve point laten volghen ende alsoo passeren) en zijnse niet be-