Naar inhoud springen

Pagina:Apologie van Pr Willem I van 1580.pdf/244

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

[ 242 ]

de niet ooc de vryheyt ende macht insgelijcx hebben gehadt om ons selven te vereenigen ende t'samen te verbinden? Ten zy dat se mogelic also gedencken, dat ben wel is veroorloft quaet te doen, ende het lant te verlaten, selfs dat meer is, tewijle dat Maestricht belegert was (d'welc lesende, ghy arme ende ellendige luyden, en sult ghy niet ten minsten eens het brant-ijser gevoelen dat uwe conscientien noch doorbranden sal?), maer dat ons daer en tegen niet en soude toegelaten zijn wel te doen, metgaders t'landt te bewaren ende te beschermen. So laet ons dan hier uit dit onderwijs vaten, mijne Heeren, om te weten wat ons nut ende nootsakelic is, ende laet ons t'selve leeren van den meesten vyant dien t'lant noyt gehade en heeft, ja van den meesten tyran van der weerelt.

Nu gaense ons voorder een seer groote ende vervaerlicke misdaet voorwerpen, om de welcke alleene, sonder meer, wy weerdich ghenoech waren ghedaen te werden in dusdanigen Ban (die veel wreeder is, dan alle de proscriptien by Silla ende Carbo hier voortijdts ghebruyckt:) namelick, dat wy het dan twee jaren ons binnen Antwerpen onthouden hadden sonder daer uit te gaen, ende, dat wy ghetoghen zijn bin-