[ 263 ]
ter weerelt zy insonderheyt in den selven natien die wel weten wat van den Edeldom is, hoe slecht oft veracht dat de selve mocht wesen, die soude willen eens eten met so snoodt ende schandelick eenen schelm, die yemant om gelt de kele hadde afgesteken? So nu de Spaegniaerts sodanige lieden voor Edel houden, ende can men in Castilien door sodanige wege tot grooter eere geraken: so en geeft ons nu niet meer so wonder, dat alle de weerelt gelooft, dat den meesten deel van de Spaegniaerden ende insonderheyt die hen seggen Edel te wesen, souden van den bloede ofte geslachte van de Marranen ende van de Joden zijn, die dese besondere deucht behouden hebben van hare voorouderen, de welcke t'leven onses Heeren ende Salichmakers met goeden ge reeden penningen van Judas hebben afgecocht: derhalven wy oock dies te geduldiges dit ongelijc gedencken te verdragen.
Ten anderen, Soo verre hy eenich delict ofte misdaet ghecommitteert hadde (hoe groot de selve soude moghen zijn) sy belooven hem deselve te vergeven. Maer ofs hy de Christelicke Religie hadde uit eenen van zijnen Conincrijcken verdelght ofte uitgeroeyt? of hy hem zijn, dochter ontschaeckt hadde? of (dat in Spagnien voor de stuuerste ende