Naar inhoud springen

Pagina:Apologie van Pr Willem I van 1580.pdf/277

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

[ 275 ]

so ons de gelegentheyt des landts metgaders des vyandt middelen genoech bekent zijn: wilt dat voorseker houden, al waert dat alle de armeyen van Spaegnien en van Italien (die ons alreede dreyghen) ons op den hals quamen, dat sy even so weynich, ja noch veel min souden uitrechten dan de Hertoge van Alva in Hollant ende Zeelant gedaen heeft. Aengesien het dan is in uwen vermoghen (als het in der waerheyt is) ordre daer in te stellen, ende ghy nochtans t'selve niet en doet: hoe sal men moeten soodanige faute heeten, insonderheyt, als se wert ghedaen van ulieden, mijne Heeren, die teghenwoordelick alhier vergadert zijt, op de welcke al dit goede volck hem is verlatende ende berastende, ulieden houdende voor hare vaders ende beschermers, d'welcke met so grooter blijschap een goede ordre sal ontfanghen ende aenveerden (so verre als ghy daer toe sult willen verstaen om de selve te stellen ende aen te rechten) als of het een blijde bootschap ware van den Hemel afgesonden? Wilt dan met ulieden selven een medelijden hebben: ende so u niet en can bewegen t'gene dat u selve is raeckende, soo hebt ten minsten mededooghentheyt met soo groote een menichte arms volcx dat verdorven is tot in den grondt,