Naar inhoud springen

Pagina:Archiefwet 1995 (stb-1995-276).pdf/12

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Artikel 44

De voor de inwerkingtreding van deze wet op grond van de artikelen 7a en 7b van de Archiefwet 1962 aan de openbaarheid gestelde beperkingen blijven van kracht.

Artikel 45

De onder de overheidsorganen berustende archiefbescheiden die op het moment van de inwerkingtreding van deze wet ouder zijn dan twintig jaar, worden op last van de zorgdrager binnen een tijdvak van tien jaar na inwerkingtreding van deze wet naar een archiefbewaarplaats overgebracht.

Artikel 46

1. De op grond van het koninklijk besluit van 28 augustus 1919 (Stb. 547) tussen het Rijk en gemeenten getroffen regelingen met betrekking tot de inbewaringgeving van archiefbescheiden van de rechtbanken in eerste aanleg en van de vredegerechten blijven gehandhaafd, totdat deze regelingen na overleg met burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente worden beëindigd.

2. De op grond van de koninklijke besluiten van 19 april 1929 (Stb. 171), 31 mei 1929 (Stb. 269), 6 juli 1929 (Stb. 381) en 24 november 1932 (Stb. 560) tussen het Rijk en de gemeenten getroffen regelingen met betrekking tot de inbewaringgeving van de in die besluiten bedoelde archiefbescheiden blijven gehandhaafd, totdat deze regelingen zijn vervangen door een regeling tot de vervreemding van die archiefbescheiden.

3. De ingevolge de in het tweede lid genoemde koninklijke besluiten naar een rijksarchiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden worden, op verzoek van de desbetreffende gemeente tot vervreemding van die archiefbescheiden, aan die gemeente overgedragen, indien zij dientengevolge komen te berusten in een ingevolge artikel 33, tweede lid, goedgekeurde archiefbewaarplaats, beheerd door een gemeentearchivaris die is benoemd overeenkomstig het in artikel 32, derde lid, bepaalde.

Artikel 47

Andere dan de in artikel 46 bedoelde inbewaringgevingen blijven in stand tot het moment dat zij na overleg tussen de betrokken overheidslichamen zijn beëindigd.

Artikel 48

De ingevolge artikel 3 van het Archiefbesluit (Stb. 1968, 200), zoals dit luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, vastgestelde lijsten van voor vernietiging in aanmerking komende archiefbescheiden blijven gehandhaafd totdat zij zijn vervangen door op grond van artikel 5 van deze wet vastgestelde selectielijsten.

Artikel 49

De machtigingen, verleend op grond van artikel 20 van het Archiefbesluit, zoals dit luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, blijven gelden totdat zij zijn vervangen door een machtiging afgegeven overeenkomstig het in artikel 13, derde lid, van deze wet bepaalde.