Naar inhoud springen

Pagina:Belgisch Staatsblad, Gecoordineerde Grondwet van 17 februari 1994.pdf/38

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

om hen te berechten, in verenigde kamers, behoudens hetgeen de wet zal bepalen betreffende het instellen van de burgerlijke rechtsvordering door de benadeelde partij en betreffende misdaden en wanbedrijven die door de leden van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen buiten de uitoefening van hun ambt mochten zijn gepleegd.

Een wet zal bepalen in welke gevallen de leden van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen verantwoordelijk zijn, welke straffen hun worden opgelegd en op welke wijze tegen hen in rechte wordt opgetreden, zowel bij inbeschuldigingstelling door hun Raad als bij vervolging door de benadeelde partijen.

De wetten bedoeld in het eerste en tweede lid moeten worden aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid.


Overgangsbepaling

Totdat de wet bedoeld in het tweede lid erin zal hebben voorzien, hebben de Gemeenschaps- en de Gewestraden de discretionaire macht om een lid van hun Regering in beschuldiging te stellen, en het Hof van CaSsatie om hem te berechten, in de gevallen en met toepassing van de straffen die in de strafwetten zijn bepaald.


Art. 126.

De grondwettelijke bepalingen betreffende de leden van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen, alsmede de uitvoeringswetten bedoeld in artikel 125, laatste lid, zijn mede van toepassing op de gewestelijke staatssecretarissen.