Naar inhoud springen

Pagina:Belgisch Staatsblad, Gecoordineerde Grondwet van 17 februari 1994.pdf/41

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

4093


§ 2. Deze decreten hebben kracht van wet, respectievelijk in het Nederlandse taalgebied en in het Franse taalgebied, uitgezonderd wat betreft:

— de gemeenten of groepen van gemeenten palend aan een ander taalgebied en waar de wet het gebruik van een andere taal dan die van het gebied waarin zij gelegen zijn, voorschrijft of toelaat. Voor deze gemeenten kan in de bepalingen betreffende het gebruik van de talen voor de aangelegenheden bedoeld in § 1 geen verandering worden aangebracht dan bij een wet aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid;

— de diensten waarvan de werkkring verder reikt dan het taalgebied waarin zij gevestigd zijn;

— de door de wet aangewezen federale en internationale instellingen waarvan de werking gemeen is aan meer dan één gemeenschap.


Art. 130.

§ 1. De Raad van de Duitstalige Gemeenschap regelt bij decreet:

1° de culturele aangelegenheden;

2° de persoonsgebonden aangelegenheden;

3° het onderwijs, binnen de grenzen bepaald in artikel 127, § 1, eerste lid, 2°;

4° de samenwerking tussen de gemeenschappen, alsmede de internationale samenwerking, daarin begrepen het sluiten van verdragen, voor de in 1°, 2° en 3° bedoelde aangelegenheden.

5° het gebruik van de talen voor het onderwijs in de door de overheid opgerichte, gesubsidieerde of erkende instellingen.

De wet stelt de in 1° en 2° vermelde culturele en persoonsgebonden aangelegenheden vast, alsook de in 4° vermelde vormen van samenwerking en de wijze waarop de verdragen worden gesloten.