Art. 12.
De vrijheid van de persoon is gewaarborgd.
Niemand kan worden vervolgd dan in de gevallen die de wet bepaalt en in de vorm die zij voorschrijft.
Behalve bij ontdekking op heterdaad kan niemand worden aangehouden dan krachtens een met redenen omkleed bevel van de rechter dat uiterlijk binnen achtenveertig uren te rekenen van de vrijheidsberoving moet worden betekend en enkel tot voorlopige inhechtenisneming kan strekken.
Art. 13.
Niemand kan tegen zijn wil worden afgetrokken van de rechter die de wet hem toekent.
Art. 14.
Geen straf kan worden ingevoerd of toegepast dan krachtens de wet.
Art. 15.
De woning is onschendbaar; geen huiszoeking kan plaatshebben dan in de gevallen die de wet bepaalt en in de vorm die zij voorschrijft.
Art. 16.
Niemand kan van zijn eigendom worden ontzet dan ten algemenen nutte, in de gevallen en op de wijze bij de wet bepaald en tegen billijke en voorafgaande schadeloosstelling.
Art. 17.
De straf van verbeurdverklaring der goederen kan niet worden ingevoerd.
Art. 18.
De burgerlijke dood is afgeschaft; hij kan niet opnieuw worden ingevoerd.