V. — § 1. Tot de eerstkomende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers blijven, in afwijking van de artikelen 43, § 2, 46, 63, 67, 68, 69, 3°, 70, 74, 100, 101, 111, 151, derde lid, 174, eerste lid, en 180, tweede lid, laatste zin, de hiernavolgende bepalingen van toepassing.
a) De federale wetgevende macht wordt gezamenlijk uitgeoefend door de Koning, de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat.
b) De Koning heeft het recht de Kamers tegelijk te ontbinden en het ontbindingsbesluit bevat oproeping van de kiezers binnen veertig dagen en bijeenroeping van de Kamers binnen twee maanden.
c) De Kamer van volksvertegenwoordigers telt 212 leden en de federale deler wordt verkregen door het bevolkingscijfer van het Rijk te delen door 212.
d) De Senaat is samengesteld :
1° uit 106 leden, overeenkomstig artikel 61 gekozen naar de bevolking van elke provincie. De bepalingen van artikel 62 zijn van toepassing op de verkiezing van deze senatoren;
2° uit leden, door de provincieraden gekozen naar verhouding van één senator voor 200 000 inwoners. Elk overschot van ten minste 125 000 inwoners geeft recht op een senator meer. Evenwel benoemt elke provincieraad ten minste drie senatoren.
Deze leden mogen niet behoren tot de vergadering die hen kiest, noch daarvan deel hebben uitgemaakt gedurende de twee jaren die voorafgaan aan de dag van hun verkiezing;
3° uit leden, door de Senaat gekozen, in aantal gelijk aan de helft van het getal der senatoren die door de provincieraden zijn gekozen. Is dit een oneven aantal, dan wordt het met een eenheid vermeerderd.