Naar inhoud springen

Pagina:Belgisch Staatsblad, Gecoordineerde Grondwet van 17 februari 1994.pdf/9

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen


Alleen de gestelde overheden hebben het recht verzoekschriften in gemeenschappelijke naam in te dienen.


Art. 29.

Het briefgeheim is onschendbaar.

De wet bepaalt welke agenten verantwoordelijk zijn voor de schending van het geheim der aan de post toevertrouwde brieven.


Art. 30.

Het gebruik van de in België gesproken talen is vrij; het kan niet worden geregeld dan door de wet en alleen voor handelingen van het openbaar gezag en voor gerechtszaken.


Art. 31.

Geen voorafgaand verlof is nodig om vervolgingen in te stellen tegen openbare ambtenaren wegens daden van hun bestuur, behoudens wat ten opzichte van de ministers en de leden van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen is bepaald.


Art. 32.

Ieder heeft het recht elk bestuursdocument te raadplegen en er een afschrift van te krijgen, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald door de wet, het decreet of de regel bedoeld in artikel 134.

 

TITEL III
DE MACHTEN


Art. 33.

Alle machten gaan uit van de Natie.

Zij worden uitgeoefend op de wijze bij de Grondwet bepaald.