Naar inhoud springen

Pagina:Berigten van het Historisch Genootschap te Utrecht. Deel 5 (1853-1856).pdf/233

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

RAPPORT

GEDAAN TER ORDONNANTIE VAN D'ED. HEER RIJCKLOFF VAN GOENS, RAAD ORDINARIS VAN INDIA, GOUVERNEUR, ADMIRAEL, ENDE VELTOVERSTE DESES EYLANTS CEYLON MET DE RESORTE VAN DIEN, DOOR MIJ ONDERGESZ. HENRICUS VAN BIJSTERVELT, DEN 21en FEB. DESES JAARS (1671) OPGEREYST NA'T HOFF VAN CANDIA, OM AAN SIJN MAJT. RAGIA SINGA RAJU DE BRIEVEN TE DIER TIJT MIJN MEDE GEGEVEN TE PRESENTEREN, VERVATTENDE IN 'T CORT DE VOORNAEMSTE VOORVALLEN, DE SAMENSPRAACKEN OP DIVERSE TIJDEN MET SIJN KEYSERL. MAJT. GEHOUDEN EN VORDERS 'T GEENE GEDUIRENDE MIJN RESIDENTIE AAN 'T VOORSZ. HOFF TEN DIENSTE DER E. COMPAGNIE VERRICHT IS.[1]

MEDEGEDEELD DOOR
Jhr. C. A. RETHAAN MACARÉ.




Na dat ick ondergesz. den 21sten Feb. deses jaers op mijn jteratijff aanhouden en vrijwillige presentatie van U Edle, mijne despechie hadde erlangt, om ten dienste der ed. Comp. sijn k. Majt. met een brieff te begroeten, soo heb die dagh in compagnie van Haccroegammene Rale en Jasonder Rale, beyde affgesanten van sijn Majt. mij op wegh begeven, comende ontrent den avond aen de pas Nachlegam, alwaar deselve nagt logieerde, ende 'smorgens daar aan sijn vertrocken, en tot Gourbevele

  1. ↑ Kronijk, Jaarg. 1854, bl. 40, 351—353, 415