Naar inhoud springen

Pagina:Berigten van het Historisch Genootschap te Utrecht. Deel 5 (1853-1856).pdf/234

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

gecomen, alwaar met groot respect jngehaalt werden en een nacht gelosjeert hebben. Daar van daan vertreckende des morgens quaemen tot Citawaecke deselve dagh, alwaar ick mede met groote eer, ter eeren van d'e. Comp. en sijn Edt wierde verwellecomt ende ingehaalt vande hoffsgrooten, die door de k. ordre affgesonden waren, ende 'smorgens daar aan vertrocken na Ruanelle met deselve Singalese officieren, als Dessaves, Raterales, Rales en seer groote meenigte van lascs, tablelineros, trommen, trompetten ende eliphanten, dewelcke te samen ter eeren van d'e. Comp. en sijn Edt. mij geconvoyeert hebben tot Ruanelle, alwaar omtrent den avond gecomen waren, ende oock een nacht verbleven. En des morgens vertreckende quaemen den 25en d°. tot Bornou, alwaar een nagt gelogieert hebben en des 'smorgens oock verlaten, ende onderwegen sijnde, ontrent ses uyren boven Ruanelle na mijn gissinge, hebbe aldaar gesien negen a thien onser gevangene,[1] van verre seer naackt en armoedigh, maar omtrent den avond sijn gecomen den 26en d°. tot Capuyttewatte alwaar vier naghten verbleven, en den laasten d. vertrocken na Moligudde, alwaar weer vier nachten en dagen na d'ordre des Keysers mosten wagten, vertreckende van daar den 5Sjabloon:Su Maart na Kohonchitte, alwaar een nagt gerust hebben, en des anderen daaghs sijnde den 6en d°. reysden na Ampittie, alwaar oock een nacht rustede, ende 'smorgens sijnde den 7en d°. vertrocken vorder tot Maoe, alwaar twee nagten gelogeert hebben in een van sijn k. hoven ofte casteelen, vervorderde soo onse reys tot Candia, sijnde geweest, na mijn onthoud, dat uyt Colombo vertrocken was netto den 17en dagh. Daar neffens hebbe met de brieven gewaght niet meer als vier dagen, en den 5en dagh hebbe d' eer genooten om voor sijn k. Majt. te compareren ende met een oock de brieven door U Edt. mijn persoon mede gegeven te presenteren, ende dat op mijn hooft dragende in goude schotelen, dewelcke schootels sijn Majt. Adigaers ende andere hoffsgrooten eerst aan miju logiement gebragt hadden, ende uyt deselve heeft sijn Majt. met sijn k. handen de brieven van mijn hooft geligt,

  1. Door de Kandianen krijgsgevangen genomen VOC soldaten van het fortje Arandore. De VOC en Kandy waren bondgenoten tegen de Portugezen, maar sinds de laatsten van het eiland verjaagd waren stond het bondgenootschap op losse schroeven. Arandore was door de VOC op de Portugezen veroverd, maar was niet alleen in verdedigend maar ook in aanvallend opzicht strategisch gelegen ten opzichte van Kandy. Kandiaanse troepen onder generaal Tennekoon veroverden het daarom in 1670. Het garnizoen van zo'n 60 Hollandse soldaten en ruim 100 lascarijnen (inlandse soldaten) uit Matara onder vaandrig Hans Steenbeek was een vrije aftocht beloofd maar werd overvallen en gevangen genomen. Gouverneur Van Goens beschouwde dit als verraad maar vond het diplomatiek verstandiger om er van uit te gaan dat het door een anti-VOC factie aan het hof van Kandy was uitgevoerd, zonder toestemming van Raja Singha. Robert Knox zegt in zijn An Historical Relation of the island Ceylon dat het wel degelijk op zijn bevel was gebeurd.