Naar inhoud springen

Pagina:Berigten van het Historisch Genootschap te Utrecht. Deel 5 (1853-1856).pdf/240

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

d'e. Comp., dat eenige onder haar seyde in 't Singalees, dat ick een horra, dat is verrader was, soo heb om dat woort mijn houwer gevordert ende haar willen houwen, maar sij alle sijn gevlugt ende niemand ontrent mij gebleven. Naderhand bleven de hoffsgrooten met den wijn achter eenige dagen, maar presenteerde mijn andermael haar wijn, dewelcke ick seyde niet gewoon te wesen, maar dat sij, soo bijaldien sij Franse wijn hadden, vrij sodanige mogten brengen, soo niet bedanckte haar, en soo is de wijn agter gebleven. Oock ses a seven dagen daer na compareerde weer voor sijn Majt., doch stont gelijck een wijnig verbaast, wanneer ick hadde verstaan de jnhouden vande verscheyde oles, die aen sijn Majt. gesonden waren, waar in stont, dat de Hollanders soo verre buyten haar fortresse gecomen waren, om daar eenige quade actien uyt te voeren met de wannias, 'twelck misluckt was, alsoo het opperhooft van Jaffa. met nogh eenige officieren en soldaten ontrent 30 te samen gebleven waren en de rest ontvlucht. Evenwel soude ick, gelijck den Keyser seyde, voor affgesonden worden, om bekent te maacken aan sijn Edt. sijn keyserlijcke affectien en genegentheden, die den Keyser voor desen altijt hadde betoont ende nogh betoonde omtrent sijn getrouwe Hollanders in mijn presentie, ende al was het schoon dat dit nu was voorgevallen, seyde den Keyser, dat sijn getrouwe Hollanders sijn keyserl. hert hadden gestoolen, en dat daardoor niet conde geraackt ofte gemoveert worden, want het waren geen menschen die voor den Keyser waren, noch oock voor de e. Comp. Oock seyde den Keyser, dat absoluit vertrouwde 't selve soude geschiet wesen sonder ordre van sijn Edt. den getrouwen Heer Gouverneur ende God soude verhoeden, dat sijn Edt. geen magt soude affsenden om revengie daarvan te nemen, want sij selver sulcx hadden op haar hals gehaelt, door dien het beesten waren, die inde bosse en wildernisse saeten en noyt bij menschen converseerden. Den Keyser dese woorden g'eyndigt hebbende, vertrock weer na mijn logement door ordre van sijn Majt., ende weynig dagen na dat voor den Keyser hadde gecompareert, waerender