boogen, ende ter selver uyr verschuylde den Keyser hen achter sijn keyserlijcke stoel een weynigh ende liet vragen na miin gesontheyt en seyde vorders, dat de oorsaack van mijn langh wachten was geweest, dat de Hollanders niet wachten ofte rusten na sijn keyserlijck bevel ende ordre, 't welck soo sij sulcx gedaan hadden, souden over lang 't geene d' e. Comp. is eysschende gehad hebben, toonende voorts eenig misnoegen over 't sluyten sijner havenen ende het ontrecken sijner onderdanen, dogh sijn keyserlijck hert, gelijck hij mondeling betuygde, conde nogh niet ontsteecken worden tegen sijn getrouwe Hollanders, waar op ick antwoorde, alwaar het schoon dat de Hollanders sulcx dede en gedaan hadden met ordre van sijn Edt., soo geschiede het nogtans om resentiment te nemen van 't geene de schelmen en de verraders met haar valsheden en verraderijen tot Arandore en Ruanelle bedreven hebben en sijn Majts. edelen en getrouwen Heer Admirael en sochte niet anders dan op soo een wijse de verraders te straffen en sijn Majt. sijn rijck en leven te versekeren, waarop den Keyser seyde, dat mijn hadde laten roepen om een brieff te schrijven aan sijn Edt., dewijl wij dogh alle sterffelijck waren voor God, 't sij waer wij sijn, ende off ick mijn dienst dede tot Candia ofte tot Colombo dat het een dienst was voor d' e. Comp., waar op antwoorde, dat sijn Majt. wel sprack, en ick mijn persoon geluckigh achte om dat ick van den Keyser selver daar toe versogt wiert, ja oock altijt gereet waar geweest om sijn Majt. en d' e. Comp. te dienen in alles. Wel aan dan, seyde den Keyser, hij soude sulcx van mij verwagten, want ick wiste hoe den Keyser genegen was geweest, ende in alles nogh was tot sijn edelen trouwen Gouverneur ende de Hollanders, ja gelijck voor desen geseyt hadde, sijn Edt. sodanig een keyserlijck hert toedroegh als de heer Hulft zaliger toegedragen hadde, de welcke den Keyser seyde gewaarschout te hebben, dat binnen 7 dagen niet buyten moste gaan, 't welck soo de heer Hulft soo gedaan hadde, en soude niet doorschooten geworden hebben, en soo dra was niet buyten gecomen ofte wiert getroffen, sodanig
Pagina:Berigten van het Historisch Genootschap te Utrecht. Deel 5 (1853-1856).pdf/243
Uiterlijk