Naar inhoud springen

Pagina:Berigten van het Historisch Genootschap te Utrecht. Deel 5 (1853-1856).pdf/244

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

dat hij de doot smaackte, dogh sijn Majts. waarschouwinge waren te vergeeffs, maar tot sijn leetwesen waar bevonden. Ondertusschen gingh den Keyser gins en weer na binnen, ende ordineerde, dat mijn door seker hoffsgroot een silver schoteltje soude gepresenteert worden, 't welck den Keyser selver recommandeerde, dat ick het soude accepteren, waarop het aangenomen hebbe, ende sijn Majt. bedanckt, en mijn reverentie gelijck aldaer de costuimen waren gedaan, en daar na wiert mij door ordre des Keysers belast te vertrecken na mijn logement om aanstont een brieff te schrijven aan sijn Edt. van alle het geene ick gesien ende gehoort hadde, seggende, dat als morgen weer comparen soude, ende den brief eerst aen de Keyser moste toonen; oock dat niet vergeten most te schrijven, dat het volcq van Mature neffens mijn brieff soude voor aff gesonden worden ende soo den Keyser sagh, dat Hollanders een wijnig stil waren ofte ophielden,[1] soude neffens mij affgesonden worden alle onse Ambassadeurs ende gevangens met de eerste gelegentheyt. Doen begaff mijn weer na mijn logement ende binnen gecomen sijnde maackte ick de brieff claar, om dat den Keyser seyde, dat het volcq van Mature soude te gelijck met de brieff gaan, maar door meenigvuldige occupatien, die den Keyser belet hadden, wiert dien dagh uytgestelt, ende mijn brieff was claar om sijn Majt. te presenteren, 't welck den Keyser gerapporteert sijnde tot mijn sond een Adigaar met nogh twee Mohoterales, om deselve brieff tot den Keyser te brengen, maar ick wilde deselve niet overleveren dan aen sijn Majt. persoonlijck om dat den Keyser mijn selver daar toe versogt hadde. Dienthalven versogt ick de eer selver om aanden Keyser te presenteren, 't welck den Keyser door twee Mohoterales bekent gemaact wiert, ende ick met de Adigaers wagten na d' Keysers ordre, die deselve twee Mohoterales souden brengen, maar bragten ordre, dat den Adigaar soude bij mij blijven tot des anderendaags morgens, en dat wij dan gelijck met den brieff souden compareren, ende dat het den Keyser van herten aangenaam was, dat ick selver om die eer versogt hadde; doch die dagh wiert oock uytge-

  1. Als de VOC zich rustig zou houden.