Naar inhoud springen

Pagina:Berigten van het Historisch Genootschap te Utrecht. Deel 5 (1853-1856).pdf/245

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

stelt door bootschappers, die tot mij quamen ende gesonden wierden, dat sijn Majt. belet geweest was en het geen goede dagen waren, maar die tardatie heeft geduurt drie en een halve weeck, ende de bootschappers, die binnen deselve tijt sijn Majt. van dagh tot dagh quaemen excuseren, bleven oock tot mijn huys ende mosten wagten na andere ordre. Ondertusschen wiert mij door ordre van den Keyser, soo de hoffsgrooten verclaarden, een silver inckt kokertje ende santloopertje met pennen, pennemes ende alle toebehoorten om te schrijven toegesonden, en deselve most ick aennemen, gelijck de hoffsgrooten seyden, als sijnde een secretarius van den Keyser, waar op resolveerde den jnckooker met sijn toebehoorten aan te nemen, maar ick seyde ter eeren van den Keyser en ten dienste der ed. Comp., waar op de Hoffsgrooten antwoorden, dat het seer goet en wel was, ende sij souden den Keyser 't selve rapporteren. Nogh seyde dese selve hoffsgrooten, sijnde twee Adigaers, twee Dessaves, drie Mohoterales, twee Hollanders en twee Portugesen, dat sij ordre hadden om mijn een ole voor te lesen ende te laten vertolcken door Hollanders en Portugesen, 't welck geschiede, maar de Cingalesen sloegen eerst raad met den andere, en na gedane raadslaging ende luysteringen sijn gesamentlijck neder gaan sitten. Den jnhout van den ole is geweest, als volgt: Sr. Dom Joan da Costa Monamperij Rajapassa Modiace heeft deselve gesz., door ordre van sijn Edt. Aan 't opperhooft tot Hijtewaecke gent. Bemmewatte Tinneconnerale; den gem. Dom Joan adverteerde, dat Golahesse binnen wijnig dagen met een brieff van sijn Edt. soude opgesonden worden, om denselven te presenteren aande grootmogende Keyser, ende sijn Edt. en den Raad waren in goede dispositie, ende sijn Edt. bleeff een trouwen dienaar van den Keyser en dom Joan was en bleeff een van de alderminste dienaars des selven Keysers. Eyndelijck wiert mijn de groetenisse gedaan, ende de ole was gedateert op Maandagh den 5en 7bris[1] a° 1671 in 't keyserlijck casteel Colombo. Mijn dese jnhoud der ole bekent gemaackt hebbende, vertrocken weder om te rapporteren 't gepasseerde aen den Keyser. Niet te

  1. 7bris = juli