Naar inhoud springen

Pagina:Berigten van het Historisch Genootschap te Utrecht. Deel 5 (1853-1856).pdf/251

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

minste toe in 't openbaar spitten en hangen en voor den eliphant werpen, en daerom niemand van sijn eygen natie in sijn binnenhoff heeft, maar uytheemse natien, als Portugesen, Mooren, Caffers, Mallebaren ende andere swarte natien meer, als overcustse vissers en Madurese vissers, dewelcke den Keyser altijt eerst ordineert van de keyserlijcke cost te eeten en te drincken, en gegeten en gedroncken hebbende van de geprobeerde cost ende dranck moeten netto 3 uyren slapen; dan opstaande worden gevraagt na eenige pijn in 't lichaem, maer niet clagende, soo gaat den Keyser oock eeten en drincken van deselve geprobeerde cost ende dranck. Nogh hebben deselve Paulus en Anthonij geseyt, ende meer andere hoffsgrooten van den Keyser sijn eygen volcq gent. een Ranamohotale en een Jadenoere Rale etc., dat den Keyser uyt sustinue, om dat Draack zaliger soo geswollen was, soude vergeven sijn, heeft omtrent de dertig ofte veertig Cingalesen laten vermoorden ende om het leven brengen. Nog seyde deselve bovengen., dat den Keyser altemet droncken was, dan veele het ongeluck hadden gehad en haer leven verlooren, dogh het moorden waar altijt met de grooten geweest, eer ick tot Candia was gecomen, maar terwijl ick boven resideerden sijnder niet meer dan twee ofte drie ten hoogsten gedoot en om het leven gebragt, alsoo den Keyser over de geringe en arme luyden hem eenigsints erbermt. Oock seyden deselve bovengen. persoonen seker te wesen, dat den Keyser sijn swacke en wanckelbare regeringe staande hielt door een enckele vreese, die de verraders voor de wapens der e. Comp. hadden. Eindelijck versogten deselve bovengen. persoonen haar affscheyt van mijn, 't welck ick toestont, en belaste haer den Keyser opregt aan te dienen, dat ick gereet was ende soude mijn verlaten op 't keyserlijck woort, 't welck den Keyser mijn selver gegeven hadde ende belooft; soo niet, dat ick nogh ten dienste van de ed. Comp. en ter eeren van den Keyser mijn leven wilde verliesen, gelijck ick sijn Majt., doen de lestemaal voor hem verscheen, geproponeert hadde, en doen als nog mijn woord gesint was te presteren. Eyndelijck hebben haar affscheyt