deren na mijn affscheyt vanden Keyser bekomen hadde, gebrogt hebben, waar over mijn lascs. het wilden clagen, dog verbood sulcx niet te doen, om dat wij op ons vertreck stonden, gelijck wij oock op den 5en dagh na dat mijn verloff van den Keyser had becomen, vertrocken, gelijk Anthony d'Orte en Poulus van Coppenhage door ordre van den Keyser quamen met nog verscheyde hoffsgrooten, en sij seyden dat den Keyser hadde g'ordineert, dat mijn bagagie soude laten binden, ende dat ick aenstont mijn na het hoff most begeven neffens haar, alsoo den Keyser buyten was en ick aldaar mijn affscheyt moste nemen, gelijck geschiede. Een wijnig van verre hebbe mijn cortoisie voor den Keyser gedaan op sijn Hollants ende Cingalees, met groote stemme onder den blauwen hemel uytroepende: God geve sijn Majt. een langdurige gesontheyt ende prosperiteyt tot vermeerderingh van sijn keyserlijke naam ende faam, ende als de tweedemael ter aarden viel, riep andermael met luyder stemme: God de Heer gelieven sijn Majts. edelen ende getrouwen Gouverneur, dewelcke resideert binnen het keyserlijck casteel Colombo te geven een eeuwige gesontheyt en welvaart, ende de derdemael ter aarde vallende hebbe geroepen: God den Heere sal den Keyser verleenen met sijn getrouwe Hollanders een eeuwige en gelucksalige vrede, waar door de landen en havenen van sijn Majt. en d' e. Comp. mogen floreren ende meer aanwassen, ende ten laasten hebbe ick sijn Majt. bedanckt met ontallicke danckbaerheden voor sijn keyserlijcke schenckagien, die ick selver van sijn Majt. ter eeren van d' e. Comp. hadde ontfangen, waar op soude vertrecken, maar eerst voor alle menschen die in 't openbaer daar stonden, volgens ordre van sijn Edt., hebbe niet connen nalaten onse Ambassadeurs ende eenige andere geringe te adsisteren uyt den gelde van d' e. Comp, mijn ten deele daar toe mede gegeven. Voor eerst hebbe geadsisteert Poulus van Coppenhage en Anthonij d'Orte, de welcke claagde en schreyde, ende Francois Has en Toedecolle; oock aen eenige Engelse, Franse ende Hollanders, dien ick niet kende, Portugees gelt omgedeelt en belaste, dat sij hetselve
Pagina:Berigten van het Historisch Genootschap te Utrecht. Deel 5 (1853-1856).pdf/253
Uiterlijk