depalate met haer bijhebbende lascs., dewelcke mij van bovenaff geconvoyeert hebben tot de laaste gravet van Hijtewake. Daar beneffens was nog Sr. Tinneconnerale oock met alle sijn lasc{[sup|s}}, tot convoy van d' ed. Comp. en mijn persoon tot de laaste selvige graveth, van waar de bovengen. haar afscheyt genoomen hebben, ende weder keerden na boven, ende S{[sup|r}}. Tinneconnerale belasten sijn officieren en lascs., dat mijn souden convoyeren tot Orwevel, waerom ick andermael versogt mijn affscheyt te nemen eerst van den Keyser, daer na van bovengen. opperhooft, gelijck geschiede, ende van daar vertreckende ben des achtermiddaghs g'arriveert tot Orwevel, alwaer eenige chergien over mijn comste geschooten wierden, ende oock door de officieren jngehaalt en verwillecomt. Aldaar rustende oock een nagt, vertrock met een Sergeant ende 6 soldaten na Colombo, ende omtrent de pas Nachlegam gecomen sijnde, wierd door seker Capt. Luytt. verwellecomt ende jngehaalt, ende omtrent 2 uyren des naarmiddaghs op Vrijdagh was gecomen in salvo, te weten alhier, ende sijn Edt. in goede dispositie vindende ende aanschouwende was soo seer verblijd, dat mijn persoon niet conde in toom houden ofte bedwingen, en daar door had oock geen capaciteyt gehadt om sijn Edt. volcomen rapport ofte satisfactie te geven van 't geene eensdeels met mijn ooren gehoort hadde, anderdeels met mijn oogen gesien. Volgens mijn sustinue toonde den Keyser oock gelijck door meenigvuldige teeckenen bevonden hebbe, dat hij soude bij aldien hij conde, banqueroet speelen, ofte achter uyt varen en tot niemand anders dan tot sijn getrouwe Hollanders ofte d' e. Comp. sijn toevlugt soecken ende nemen. Oock soo toonde seecker Gopale Modiace, sijnde een Moor ende dat in hooge estime bij den Keyser, altijt goede genegentheyt tot d' e. Comp. Eyndelijck tot sodanige een reys en ambassade can d' e. Comp. geen persoon te stout ofte te assurant in 't spreecken emplojeren; hoe stouter en assuranter hoe beter het voor d' e. Comp. ende den Keyser is, want een vrijmoedigh en assurant persoon can het herte van den Keyser winnen, ende dat door cloeckmoedigheyt ende
Pagina:Berigten van het Historisch Genootschap te Utrecht. Deel 5 (1853-1856).pdf/256
Uiterlijk