staat aan het portier te praten. Midden in de schilderij staat een schimmel met blaauwen zadel, door eenen pagie gehouden, daarbij een bruin paard, en achter deze een Heer te paard. Regts laat een Heer zijne sporen aanbinden, en ziet men eenen Heer en eene Dame, die zich met eene veder tegen de zon beschut. In de manége rijdt een ruiter op een Isabellekleurig paard, door eenen pikeur bestuurd. Bij eene stal is eene, met vier zwarte paarden bespannen, koets, terwijl een schimmelkleurig rijpaard aan den toom geleid wordt. In het verschiet ziet men eenen molen, eenen toren en eene door bergen begrensde lucht.
| Gemerkt: |
JOHANNES LINGELBACH en JAN WIJNANTS.
H. 37. B. 44. D. Fh. 9.
In een bergachtig landschap, door J. Wljnants geschilderd, ziet men, aan den voet van eenen dooden boom, een boeren huisgezin, man, vrouw, kind en eenen boer, staande bij een wit paard, waarachter een gewapend Heer te paard, met twee koppels honden. Meer naar voren op den weg zit een boer op eenen geladen muilezel met eenen hond er naast. Geheel op den voorgrond is eene bedelares met eenen jongen; aan de regterzijde ligt een boomstam bij eenige planten. De figuren zijn door Lingelbach geschilderd.
| Gemerkt: |
Verkooping Mevrouw Heemskerk, 1770, ’sGravenhage, f 575, als alleen door Lingelbach in den Catalogus genoemd.
Kabinet van heteren.