Naar inhoud springen

Pagina:Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam (1858).pdf/15

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
xiii
korte geschiedenis van ’s rijks museum,

voor het publiek geopend, maar alleen op kaartjes aan enkelen ter bezigtiging gesteld worden.
      Toen Holland in het Fransche Keizerrijk was ingelijfd, werd er van 1810 tot 1813 niets aangekocht. Maar daarentegen werden 11000 exemplaren uit het Prentkabinet geligt en naar Parijs vervoerd. Het Penningkabinet bleef toen evenwel grootendeels behouden, en van de schilderijen zijn geene weggenomen.
      In den jare 1814 is het Museum van het Paleis overgeplaatst naar het tegenwoordig gebouw, de Trippenhuizen genaamd, hetgeen eene groote verbetering was, en gelegenheid gaf, om het Museum voor het publiek te openen.
      De Directeur, de Heer Apostool, werd in 1815 door Z. M. Willem I naar Parijs gezonden, om de daarheen gevoerde kunstvoorwerpen terug te halen. Voor het Museum waren dit voornamelijk de bovengenoemde prenten en de penningen.
      In 1816 is het Penningkabinet naar ’s Gravenhage overgebragt, en het Prentkabinet bij het toen genoemde Rijks Museum te Amsterdam gevoegd.
      De Historische oudheden en zeldzaamheden zijn daarna naar andere verzamelingen gevoerd, terwijl het Museum bleef bestaan uit de verzamelingen van Schilderijen en Prenten.
      Gedurende de Regering van Z. M. Willem I werden weder eenige schilderijen aangekocht, dat tot in 1830 voortduurde. Het Prentkabinet is van tijd tot tijd vermeerderd door aankoop van het Kabinet van den Graaf van Fries, van de Verzameling van den Kunsthandelaar Josi, en van eenige prenten uit de Verzameling van den Baron Verstolk van Zoelen en andere verkoopingen, en met vele nieuw uitgekomene prenten van lateren tijd. Van dit Kabinet bestaat geen gedrukte Catalogus, doch wel zeer uitvoerig geschrevene registers, waarin alles volgens het stelsel van Bartsch (le Peintre graveur) is beschreven; deze serie ver-