Naar inhoud springen

Pagina:Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam (1858).pdf/154

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
136
jan steen.

zich houdt alsof zij hem niet begrijpt. Meer op den voorgrond, voor de tafel, noodigt een bejaard man in een bruin buis met grijs en zwart gestreepte mouwen, eenen geplooiden kraag om, en een wit schortje voor, eene jonge vrouw, in zwart fluweel jak, bruinen rok, rooden doek en witten boezelaar ten dans. De speelman met eene viool spoort hen hiertoe aan, terwijl een ander op de violoneel speelt; links op den voorgrond staat reeds een paar op hen te wachten, de vrouw gekleed in een paars zijden kleed, met zwarten rok, de rok van voren opgenomen, waaronder een roode onderrok en kousen te zien zijn, de man heeft den hoed op het hoofd en eene bruine, met roode linten afgezette kleeding aan. Achter hen, bij eene trap, roept een jongen de meid na, die met huisraad in de hand naar boven gaat. Op den voorgrond staat eene aarden kruik, met eene liggende tinnen bierkan er bij, en regts een tinnen schotel.

      Gemerkt:

      Verkooping van J. Hoogenbergh, 1743, Amsterdam, ƒ 81.


N°. 302.
Het St. Nicolaasfeest.

H. 80. B. 68. D. Fh. 28.

      Ter regterzijde zit de grootmoeder, gekleed in een wijd, donkergroen fluweelen jak met wit bont afgezet, eenen bruinen rok met witten ter zijde geschoven boezelaar, en eenen doek om het hoofd geknoopt; voorovergebogen, met de handen uitgestrekt, lacht zij gul en hartelijk een jong meisje toe, dat, beladen met speelgoed en een emmertje met lekkernij, juist hare armen schijnt te verlaten en vergenoegd en blijde daarhenen loopt. Tusschen het meisje en de vrouw staat een jongetje in een grijs, lang jasje, met een kolfje in de hand, schalk lagchende wijst hij op eenen grooteren jongen, in een bruin grijs buis en wijde broek gekleed, met den hoed op het hoofd, die huilt en met de hand zijne tranen afveegt, terwijl een jeugdig meisje in een ligt rood jakje, met witte muts, en borstlap en zwarten boezelaar gekleed, hem spottend eenen schoen aanbiedt, waarin eene roede steekt. Achter deze groep zit de grootvader met genoegen naar de kinderen te zien, daarneven opent eene bejaarde vrouw de gordijnen van een ledikant, terwijl zij den teleurgestelden jongen roept, haar gelaat toont, dat zij hem eene