Naar inhoud springen

Pagina:Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam (1858).pdf/162

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
144
octavio van veen.

N°. 317.
Brinio door de Kaninefaten tot Veldheer benoemd.

      Achterop staat:

      “Civilis openbaart zijn voornemen aan de Caninefaten, welke terstond Brinio naar ’s lands wijze op een schild omhoog heffen, en tot hunnen veldheer benoemen, en met hulp der Friezen twee detachementen der Romeinen overvallen, en derzelver verschansingen dreigen te vernielen; waarop de Romeinen, ziende dat zij die niet konden verdedigen, dezelve bij hunne vlucht in den brand steeken.”



N°. 318.
Civilis slaat de Romeinen bij den Rijn.

      Achterop staat:

      “De Romeinen, zich niet ver van den Rijn verzameld hebbende, worden door Civilis geslagen, wijl een bende Tongren tot hem overkomt, en de Bataafsche Roeiers, die zich op de Romeinsche vloot bevonden, 24 scheepen in zijn handen leveren, door de voorvegters eerst in hunnen dienst te hinderen, en eindelijk in ’t water te werpen.”


N°. 319.
Civilis sluit de Romeinen te Vetera in.

      Achterop staat:

      “De Romeinen verzamelen een veel talrijker leger, om Civilis te bevegten, doch worden door denzelven, die zijne vrouw, moeder en suster, als ook de vrouwen en kinderen van zijn volk agter het leger had geplaatst, om de strijdende aan te sporen, volkomen geslaagen, en genoodzaakt in de legerplaats Vetera hun toevlucht te zoeken.”



N°. 320.
Civilis belegert Vetera.

      Achterop staat:

      “Civilis beleegerd Vetera andermaal, doch de Germanen door den wijn verhit, steeken bij den Nacht vuuren aan, en wagen een roekeloos gevecht; zij worden dus doende van de Romeijnen, die hun voordeel deeden met het afschijnsel van het vuur, met pijlen en werspietzen gedood.”

      Dit tafereel is bij nacht voorgesteld.