H. 112. B. 93. D. V. levensgroot.
In een park staat eene, met lofwerk versierde, steenen vaas. Aan den tak van eenen boom hangt een doode haas, daarbij liggen twee patrijzen, een vink, een weitasch, een hoorn en ander jagttuig. Bij den boom ziet men eenige bloemen.
Verkooping Herman ten Kate, 1800, ƒ 1055.
Verkooping G. van der Pot, 6 Junij, 1808, Rotterdam ƒ 2510.
ADRIAAN VAN DER WERFF.
Geboren te Kralinger-Ambacht 1651—1722 te Rotterdam overleden.
Leerling van cornelis picolett en eglon van der neer.
H. 80. B. 66. P. Fh. levensgroot.
Ter halver lijve. Het hoofd is met bruin loshangend, krullend haar gedekt. Hij is gekleed in geel satijn, waarover een los geplooide amarant fluweelen mantel is geslagen. Om den hals draagt hij eenen gouden keten, met eene medaille, waarop het portret van den Keurvorst van den Paltz staat. In zijne linkerhand houdt hij palet en penseelen, en met beide handen eene schilderij, waarop de portretten van zijne vrouw en zijn kind geschilderd zijn; de vrouw is zittende, in zeer los blaauw en wit fantaziekostuum, en met ontblooten boezem voorgesteld, het kind als genius met een palet en penseelen in de hand. Zij zijn bij een beeld onder eene draperie geplaatst.
Achter op het paneel leest men:
“Eigenhandig afbeeldsel van Adriaan van der Werff, geboren Kralinger ambacht 21 Januarij 1651, gehuwd met Margaretha Rees 19 Augustus 1687, door
Johan Willem, Keurvorst van de Pals, tot de Ridderstand benevens zijne nakomelingen, verheven en in de beide geslachten veradeld 1703,
gestorven 12 November 1722.
Gemerkt:

Verkooping Gevers Arnoutz, 1827, Rotterdam, ƒ 6000.