Naar inhoud springen

Pagina:Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam (1858).pdf/179

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
161
adriaan van der werff.

N°. 356.
Venus, door de Liefde gekust.

H. 23. B. 34. P. Fh. 36.

      Venus ligt geheel naakt op een bed, met den regterarm op het kussen, het hoofd achterwaarts gebogen, de linker knie een weinig opgeheven. Cupido stapt over haar heen, steunt met zijn voetje op hare regter dij, omhelst en kust haar op den mond; zij heeft hare linkerhand op zijnen rug. In den achtergrond zijn blaauwe gordijnen. De hoofden en bovendeelen der beide figuren zijn in schaduw, de borst en onderdeelen sterk verlicht.



N°. 357.
De Dansles.

H. 44. B. 32. P. Fh. 23.

      In een boomrijk landschap, aan den voet van een Termbeeld, zit een man op de fluit te spelen; het linker been ligt op de bruinpaarsche draperie, waarop hij zit; naast hem danst eene jonge vrouw, in de volle kracht harer schoonheid, in bevallige houding de linkerhand over het hoofd geslagen. Beide figuren zijn geheel ontkleed. Uit het geboomte komt Cupido te voorschijn.

      Gemerkt:

      Kabinet van heteren.



N°. 358.
De heilige Familie.

H. 35. B. 28. P. Hoofd. Maagd. 7.

      Het kind ligt op den grond, op eenen uitgespreiden blaauwen mantel, terwijl de maagd Maria het ondersteunt. Jozef, achter haar geplaatst, houdt een takje kersen in de hand, waarnaar het kind met beide handen grijpt. Maria heeft blond haar, waarin witte linten gestrengeld zijn, en een grijze sluijer met licht blaauwe strepen gehecht is, deze hangt over de schouders, en laat de regterborst ontbloot.

11