der, met eenen paadje achter hem, voor wien door eenen stalknecht een bruin paard uit den stal wordt aangebragt. In de manège staat een grijs paard tusschen de palen, het slaat geweldig achteruit. Eene vrouw, met een kind op den arm, vliegt verschrikt heen, terwijl een jongen met eenen hoepel haar toeroept, en zij door eenen rijknecht op het gevaar opmerkzaam gemaakt wordt; een Heer staat naast het paard te kijken; een ander Heer, op den tweeden grond, stijgt te paard; daar achter ziet men de warande van een landhuis, waaronder zich twee Dames en een Heer bevinden, die over den muur zien.
In den achtergrond zijn een paar bedelaars op eenen weg; het verschiet is bergachtig met eenige gebouwen.
| Gemerkt: |
Kabinet van heteren.
H. 60. B. 53. D. Faard. h. 9.
In een bergachtig landschap heeft een hoefsmid zijne werkplaats in eene rotsholte gevestigd; met een rood mutsje op, beslaat hij een bruin paard, en wordt daarin door eenen jongen geholpen. Daarbij staat een oude schimmel, met haam en zadel op den rug, bij de kar, waar beiden van afgespannen zijn, en waarop de voerman geklommen is. Op den tweeden grond is een man op een, met pakken beladen, paard gezeten; bij hem zijn een staand en een ter aarde zittend figuur en een hondje. Van de eene rots tot de andere loopt eene houten brug, waarop een vrouwtje, in doeken gewikkeld, over de leuning staat te kijken. Bij het vuur werkt een smid en zit eene vrouw met een kind te spelen. Op den voorgrond ligt een hond. Boven aan de rots ziet men struiken en een rond gebouw. De lucht is blaauw met grijze wolken aan den horizon.
| Gemerkt: |
Verkooping G. van der Pot, 6 Junij, 1808, Rotterdam ƒ 1055.