H. 135. B. 104. P. Fh. zittend 60.
In het schip eener kerk zitten, in overpeinzing en hoogen ernst, vier vrouwen, twee van haar houden jonge kinderen op den schoot; zij zijn allen rijk gekleed en prachtig met edelgesteenten versierd. Die het naast aan de regterhand draagt een rood kleed met zwart fluweelen pelerine, en daaronder eenen donker rooden rok, met groote gouden arabesken doorweven, en een groot, rond, rijk versierd kapsel, door eenen witten doek bevestigd; het kind op haren schoot, in het wit en van onderen in eenen ruimen grijzen doek gewikkeld, reikt naar het andere kind. Achter haar staat eene vrouw in het zwart met een groot, rond kapsel, wit met zwart er overheen. Eene andere, daarbij gezeten en van ter zijde gezien, heeft een boek op den schoot, eenen rooden mantel om, en een groot, rond, rood kapsel op. Aan de andere zijde zit eene bejaarde vrouw in een rood kleed, met witte kap en groenen sluijer, zij houdt de handen op een, in haren schoot liggend, boek met eenen bril; bij haar staat een knaapje met eenen stok in de hand; naast haar, meer naar het midden, zit eene jeugdige vrouw in een zwart, met paarlen afgezet, kleed, met lange, losse, blonde haren; op haren schoot zit een kind, in een hemdje gekleed. Dit is waarschijnlijk Maria met het kind Jezus, de oude vrouw Anna en het andere kind Johannes.
Achter deze vrouwen, ter linkerzijde, staan twee mannen, de oudste met witten baard en witte haren, heeft eenen rijken tulband op, eenen stok in de hand, en is in het paars gekleed. De andere in volle, mannelijke kracht, met langen bruinen baard en gelijke haren, heeft eenen schoonen, rooden mantel om en eenen lelietak in de hand.
Op den tweeden grond, tusschen de vier vrouwen, gieten drie jongens wijn uit een vaatje in eenen kelk, een van hen houdt een groot mes met langen steel in de hand.
In den achtergrond ziet men het koor met een altaar, waarbij eenige mannen in zeer rijk kostuum zijn, een knaap steekt de kaarsen aan; op het altaar is eene houten groep, de onthoofding van Johannes voorstellende; daarachter is het houtwerk met basreliefs versierd; de wit marmeren kapiteelen van het schip der kerk zijn uit beeldengroepen zaamgesteld, de kolommen en vloer zijn van gekleurd marmer. Door twee openingen ter zijde ziet men eenige huizen.
Verkooping G. van der Pot, 6 Junij, 1808, Rotterdam, ƒ 210.