hoogrooden rok en grijzen boezelaar, onder het spelen met eene wafel op haren schoot, met blijkbaar welgevallen luistert naar de woorden van haren buurman, gekleed met eenen blaauwachtig paarschen langen jas en grijzen hoogen hoed, eene aarden bierkan staat voor hen. Op den tweeden grond is eene loods, waaronder boeren aan tafeltjes zitten te rooken en te drinken; eene oude vrouw treedt binnen, en een jongen met een mandje staat bij den ingang. In den achtergrond ziet men eenige boeren voor eene herberg, en over de gebouwen heen vrij zware boomen.
Kabinet van heteren.
ANTHONIE VAN DYCK.
Geboren te Antwerpen 1599—1641 te Londen overleden.
Leerling van hendrik van balen en p. p. rubens.
H. 199. B. 136. D. Fh. levensgroot.
Ten voeten uit staat hij, geheel in het zwart gekleed met eenen witten kanten kraag om, in een voorportaal, en wijst met de regterhand naar de rivier met schepen en galeijen, die, even als de stad, zich in het verschiet vertoont.
In den achtergrond hangt eene bruine gordijn, waarop het volgende wapen staat.

Gegraveerd door C. Vermeulen.
Ingewisseld tegen andere schilderijen uit het Koninklijk Kabinet van schilderijen te ’s Gravenhage.