den achtergrond is een gebouw, dat op kolommen rust, en in twee deelen is gescheiden, waartusschen men door eene ronde opening den blaauwen hemel ziet.
GOVERT FLINCK.
Geboren te Kleef 1615—1660 te Amstrdam overleden.
Leerling van lambert Jacobzen en rembrandt van rijn.
H. 115. B. 138. D. Fh. levensgroot.
Izaäk in een rood, wijd buis, met bruin bont gevoerd, en grijs onderkleed, zit in half liggende houding op een bed. Ondersteund door Rebekka, zegent hij zijnen naast hem geknielden zoon Jakob, die een groen kleed met gouden strepen en borduursel draagt, en handschoenen aan de handen heeft. Bij het bed staat eene tafel, waarop een schotel met gebraden vleesch en een gedekt schaaltje, terwijl achter de figuren eene breed geplooide gordijn is aangebragt. De figuren zijn ter halver lijve zigtbaar, op het bed ligt een tulband.
Het hoofd van Rebekka is naar een model geschilderd, dat Drost in zijne schilderij schijnt gebruikt te hebben.
Geëtst door J. de Freij.
Verkooping G. van der Pot, 6 Junij, 1808, Rotterdam ƒ 1380.
Volgens den Heer Scheltema zou deze schilderij, tegen soortgelijke voorstellingen van Ferdinand Bol en Gerbrand van den Eeckhout, naar eenen prijs gedongen hebben. Zie Aemstel’s Oudheid, 2de Deel Amsterdam, 1856. P. Scheltema, bl. 135.
H. 259. B. 510. D. Fh. levensgroot.
De schutters, onder bevel van Jan Huidecoper, Heer van Maarseveen, komen hunnen kapitein voor zijne woning met den vrede gelukwenschen, zij lossen vreugdeschoten en hebben piktonnen ontstoken. De voorstelling is in twee groepen verdeeld, de eene, links, komt uit het huis. Op den voorgrond ziet men den Bevelhebber, reeds van de stoep afgedaald, in zwart fluweel, met ijzeren kraag en eenen linnen daarover, met den stok in de hand, den hoed afnemen; achter hem staat de Serjant Nicolaas van Waveren, met het witte vaandel; deze